De Lotgevallen van de Trei Ape

0
228

Hieronder volgt een reisverhaal dat Cotthem, Blackbert en ondergetekende – toen aka Motorcycle Boy – beleefd hebben in oktober 2009. Elk heeft zijn foto’s toegevoegd en zijn commentaren op ons losgelaten. Wie wat schreef en welke foto trok is ondergeschikt aan het reisverhaal. De nicknames waren destijds erg populair op de internet-fora.

Vooraf…

Cotthem vertelt :

Soms zit ik op het werk te dromen,
Soms zit ik thuis te dromen,
Soms zit ik op de moto te dromen.

Eigenlijk zijn het geen dromen, maar momenten volgens een bepaald verwachtingspatroon.
Momenten waar ge zit op te hopen.

Op het werk droom ik wel eens van een wild motor-avontuur.
Thuis droom ik wel eens dat ik op het werk zit te dromen van een wild motor-avontuur.
Op de moto, tjah…, op de moto, droom ik meestal van thuis.

Het blije gerustgestelde gezicht van mijn Rosse telkens als ik thuiskom bijvoorbeeld.
Ik zou zo weken op reis willen gaan, alleen maar voor dat moment.

Ik denk dat ik eindelijk heb gevonden wat motorrijden voor mij betekent.
Onderweg zijn naar een droom, naar een moment waar ik naar uitkijk.

Eigenlijk was Roemenië voor mij, onderweg zijn, onderweg naar thuis. Een avontuurlijke onderweg.
Geen ‘Seven years in Tibet’, maar toch, mijn haren en mijn baard waren ferm gegroeid.

Solo zou dit avontuur natuurlijk qua therapeutische waarde wel het summum geweest zijn, maar dit zou naar mijn kunnen onmogelijk zijn, tevens onverantwoord.

Gelukkig waren er drie idioten, idioot genoeg om mij te laten meegaan.
Als jonge enthousiasteling vertrokken en als wijze oudere teruggekomen.

Jong enthousiast, omdat ik soms wel eens dingen doe in een vlaag van hoogmoed.
Wijs en oud, omdat ik ervaring begin te krijgen in vlagen van hoogmoed

Roemenië was er eentje van hoogmoed en vallen. Eentje van ontdekken en genieten, eentje van vriendschap zonder ruzies, eentje van zorgen voor elkaar, eentje van elkaars moto te helpen rechttrekken, maar vooral eentje van aangenaam thuiskomen met een kop vol filmische momenten waar Spielberg een puntje kan aan zuigen.

Hotel Zaghreb, rode tapiplein, een geur van tabak, goudkleurig geanodiseerde ramen, her en der bosjes sanseveria-achtige planten onder een batterij tl-armaturen. In het restaurant een vergeelde frigo, die af en toe staat te zoemen, opgesmukt met reclame van Pepsi. Het lijkt wel één groot stuk nageboorte van het communisme dat daar zo nog blijven liggen is.
Ergens in een piepklein kamertje op de eerste verdieping. Een kamer die ooit is ingericht in de jaren 60 en sindsdien nooit is veranderd. Twee enkele bedden en nog een veldbed (mijne nest omdat ik zogezegd de kleinsten ben) dat de weg verspert naar het toilet. Hier en daar wat motorbotten en een verloren kous op de vloer. Drie helmen, trofee-gewijs boven op de kast en wat rond gesmeten motorvesten. Motillium op mijne reiskoffer dat ik gebruikte als nachtkastje. Het is al ondertussen 01h00 en de drie apen liggen na een uitstapje Zagreb eindelijk in hun nest.

Ik: “Slaapwel ome Bert…”
Bert: “Slaap Junior.”

Ik: “Slaapwel nonkel Pol.”
Paul: “Slaapwel jongske.”

Een half uurke later…

Ik: “Bert??”



Ik: “BERT!!!”
Bert: “euh?Ja?”
Ik: “Slaapte gij al?”
Bert: “Grr, nu nie, nee”
Ik: “Edde gij da ook gehoord?”
Bert: “Euh, neen, euhhh wadde?”
Ik: “De pol heeft een scheet gelaten.”
Bert:”…zucht…”
Ik: “Allez, tot morgen”
Bert:”…mmhh…”

…twee uur later

Ik: “Pol !…. POL!”
Paul: “… nu wast Bert.”
Ik: “…ah…”
Paul: “…mmmmhh…..grrr…”
Ik: “…zeg pol, hoe ver zou het morgen zijn peisde azo?”
Paul: “….pfff…. ik pes nen dag rijden azo”.
Ik: “…mmm…nen dag rijden eh?….. valt eigenlijk wel goed mee eh? Pol… Bert!!…BERT!!… wa vinde gij daarvan.”
Bert:”…. uhhhh….mmmmhhh….”
Paul: “…Ja jongske, da valt eigenlijk wel goe mee JA…”
Ik: “…Allez POl, …. zie maar da ge goe slaapt, want zo nen dag bollen kruipt in de kleren jong….”
Paul: “….uhu….”

‘s Morgens aan de ontbijttafel zaten twee zombies voor mij. Een stemmeke in mijne kop zei tegen mij, dak mij maar best stillekes zou houden ….a zo voor de rest van den dag. Bon, het werd een stille dag, maar mijn rijkunsten waren van een beduidend hoger niveau dan die twee oververmoeide sjarels.
Ik heb het altijd al gezegd, slaap da’s heel belangrijk.

Op weg naar ons Roemeens gastgezin

Blackbert vertelt :

Elke reis begint ergens. In dit geval was dat eigenlijk hier meer dan een jaar geleden. De échte trip startte naast de E40, onder Leuven. Om een uur of 7. Frisgewassen, allemaal een opwarmertje van een uur onder de wielen. Blijgezind, een beetje opgewonden en tegelijk met een beetje tegenzin begonnen we aan 950+ km autobahn. Van ‘t ene tankstation naar ‘t volgende, tot Salzburg, de jeugdherberg in ‘t centrum.

Image

Proper mannekes, proper motokes.

Image

Ergens in D. Blijkbaar krijgt een XT het toch een beetje op zijn adem aan die constante hogere snelheid. Olie via de luchtfilter naar buiten. Een achterband moet niet gesmeerd lopen, dus lost McGyver Cotthem dat efkes op: oordopje en ductape.

Image
Image

Dit machien was ons al een paar keer voorbij gesnord.

Image

De piloot bleek een Canadees, getrouwd met een madam uit Luik, op weg naar Boucaresti wegens nieuwe job aldaar. Familie en huisraad verhuisden op een andere manier. Cotthem denkt ergens het zijne van, precies.

Salzburg. Mooi gerestaureerd. Interessante ligging tegen een rotswand. De jeugdherberg is ok. Geweldig pastarestaurant. Weinig cafeekes. Een massa jongelingen in lederhosen en Dinderenlenden Madchen op straat. Het bierfeest blijkt net afgelopen, om 11uur! Proper. Proper? De stad bedoel ik. Ze ademt evenveel sfeer als een Playmobil decor. Afgezien van die Mädchen was ‘t niet erg dat we collectief onze kodak vergeten waren.

Muug vertelt:

Image

Yeah, ik ga dat de madam die ginder dat benzinestation runde nooit vergeten. Eerst begint ze lastig te doen omdat Cotthem na een paar minuten nog steeds niet aan het tanken was. Vanja stond inderdaad de boodschappen te analyseren van een of ander automaat waarvan ‘m dacht dat hij daar eerst geld moest instoppen om te kunnen tanken. Madam begost van haar oren te maken dat de anderen azo niet konden tanken. Ik tegen die madam: “Welke anderen?” Er stond daar buiten ons alleen maar een Engelse wagen en die kon tanken toen Blackbert gedaan had.
Allez soit, BB en Cotthem gaan een koffieke drinken binnen en ik wil mijne naft afrekenen. Begint die vrouw weer te razen tegen mijn maten dat ze zo rap mogelijk buiten moeten met hun bekerke. Bleek dus dat ge binnen enkel koffie mocht drinken als die in een tas zat ! Koffie in bekerkes MOEST buiten uitgedronken worden! Wat een bitch, man.

Afin bon, daarbuiten heeft Cotthem dus een oordopke uit mijn buis van Achil gerukt en in een buis van zijn trakteur gepropt. Voor dat oordopke maakt dat toch geen verschil…

Image

Ah, de Cotthem rook mijn aanwezigheid denk ik. Em is niet zo content met mijn odeur blijkbaar. In plaats van dat gewoon discreet te vermelden…

Blackbert vertelt :

  • Dag 2. Beetje tegenvallend ontbijt, inpakken, tanken en wegwezen.
  • Image
  • ‘t Weer zit geweldig mee, maar ‘t schiet niet echt op, de eerste kwartieren. Blijkbaar is het favoriete tijdverdrijf op een zonnige zondagochtend: op ‘t gemakske met de auto nergens naartoe rijden. We stoppen en nemen een deftige brunch. En een kleiner baantje dan waar die trein dagjesmensen de voorkeur aan geeft.
  • Image
  • Blijkbaar waren we alle drie te veel onder de indruk van de Erzberg om een fotooke te nemen. Of ‘t was te plezant in die bochten errond.
  • Image
  • Nog een paar ‘minder afgewerkte’ stukken om in the mood te komen.
  • Image
  • Image
  • Image
  • Image
  • De grens A-HU is een makkie. ID laten zien, de helm moet zelfs niet af. Vanaf hier is ‘t opletten voor snelheidscontroles weten we. Later zal blijken dat de tegenliggers ruim op voorhand waarschuwen. ‘t Lijkt hier sterk op Noord-Frankrijk, alleen de dorpen zien er anders uit.
  • Alhoewel, Scherpenheuvel komt in zicht.
  • Image
  • Image
  • Lange rechte stukken dus, regelmatig afgewisseld met een korte reeks fijne bochten. Plan A was Lake Balaton bereiken, maar ‘t wordt al snel donker. Geen katoogpaaltjes, geen witte lijnen, weinig verkeer. Vanja ziet niet veel in ‘t donker en ‘t is nog ver. Te ver. Plan B neemt vorm aan in mijn kopke omdat er regelmatig bordjes naar een hotel of restaurant verwijzen. Bij ‘t eerstvolgende dat de 2 combineert volg ik de aanwijzing.
  • Image
  • Bij de 2 kornuiten die al de hele tijd in mijn zog zitten werken de hersens blijkbaar gelijkaardig, dus is de beslissing snel genomen.
  • Image
  • We willen toch weten waar we eigenlijk zitten voor we onder de dons kruipen.
  • Morgen: Dracula, here we come!
Image

Blackbert vertelt :

Honger in Hongarije, ‘s morgens. Een stevige portie spek en eieren, ne fokkie om wakker te worden en wijle weer weg onder (weer) een stralend zonneke.
We liggen na 2 dagen 50km achter op schema. Zoals je kan zien, was dag 2 véél korter in km, maar wel véél plezanter dan dag 1. We bereiken het Balatonmeer. Stel u een doorsnee Vlaamse doorgaande 2vaksweg voor. Minder huizen, meer groen, en op de achtergrond schittert het meer af en toe in de zon. 50 per uur. Soms voor even afgewisseld met 70 of zelfs 90. Zo gaat Vlad allang terug in zijn kist liggen natuurlijk. Opnieuw plan B: op ‘t smalste punt de veerboot nemen en zo recht mogelijk naar de grens, rekening houdende met de Donau. Of meer bepaald met het beperkt aantal bruggen om erover te geraken.

Image

Dat doen we dus maar (een ticketje), en 5 minuten later zijn we onderweg.

Image

Aan deze kant gaat het vlotter, maar dan: Oud ijzer langs de kant!

Image

Echt waar. Voor elk wat wils.

Image

Muug vertelt:

De Soepbus (ja die van IndianSummer 3), deze maal volgestouwd met KTM-wisselstukken, 50kg gereedschap, noppenbanden en wielen, harnassen, crossbotten en helmen, oorstopjes en proper ondergoed, was gelijktijdig in Belgie gestart. Zij koos voor een no-nonsens traject, non-stop naar het bruine beren bos. Op 1 dag werd de kampplaats bereikt, de kazematten geïnspecteerd en ontvlooid. Ze konden deraan komen, de “Trei Ape”.

Blackbert vertelt :

We hebben niet dringend iets nodig, dus verder maar weer. Afbuigen naar ‘t zuiden. Zonnebril, MP3, rustig cruisen aan 100 per uur tussen eindeloze velden. Zoals gisteren af en toe enkele bochten, een beetje verkeer of een dorp dat het ritme onderbreekt.

De niet-zo-blauwe Donau:

Image

We zoeken onze weg door de buitenwijken van Baja tot op de N55. Wakker worden, sebiet komen de waypoints uit Paul Sr z’n roadbook eraan. Die trouwens gisteren al aangekomen is in Slatina, na een non-stop rit vanuit Geel. Hij had 2 companen mee in z’n soepbus, met een simpele beurtrol achter ‘t stuur ging er weinig tijd verloren. Behalve toen er midden in de nacht een reparatieke moest geïmproviseerd worden aan de schakelmekaniek. Pies of keek naar ‘t schijnt.

Dan, eindelijk: Roemenië.
Romantisch hé, zo’n schrale grensovergang?

Image

De dorpen lijken op die in Hongarije, maar zijn toch anders. Geen stalletjes met zelfgekweekte uien, look of paprika. Alles ziet er wat slordiger uit, maar we zullen gauw ontdekken dat het achter die schilferige gevels gezellig wonen is. De ruimte tussen de huizen is gesloten. Manshoge muren of houten hekken onttrekken alles aan ‘t zicht. Een erfenis uit het Securitate-verleden? Haaks hierop: 1 op 2 huizen heeft een bank in de voortuin, en ze worden gebruikt ook. Niet door oudjes die hier de verveling van het nietsdoen hopen te verdrijven, maar voor ‘t sociale contact.

Image

De zon maakt op spectaculaire wijze plaats voor een bijna volle maan, begeleid door een paar passende tunes in m’n helm. Voor de verandering zit ik achteraan en hoef ik alleen die 2 rode lichtjes voor mij te volgen. België en z’n kleinburgerlijke problemen zijn ver weg, dit is verslavend.

Timisoara. Waar meer dan 20 jaar geleden de revolutie op gang kwam. Brede lanen die een opknapbeurtje mogen hebben, hectisch verkeer. In de duisternis is ‘t zaak een beetje samen te blijven, de ergste gaten in de weg te omzeilen en iedereen om je heen in ‘t oog te houden. Vóór mij wordt Vanja bijna van de weg gereden door een gsm-ende del in een te grote auto. Een langgerekte loei van mijn claxon doet haar wakker schieten.

We hebben brandstof nodig, net als de motoren.

Image

Eens buiten de stad pikken we het ritme weer op. Paul neemt de kop en gooit z’n batterij koplampen in de strijd. De muziek gaat weer aan, in het donker voor mij 2 rode stippen en de gloed van m’n dash. Iets hoger een paar planeten en ontelbare sterren. Is ‘t nog ver, leider? Who cares. Bijna ingeslapen dorpen, behalve één. Stilstaand verkeer verstoort de voortgang. We rijden de rij voorbij. Motoren liggen stil, mensen doen een babbeltje. De slagboom is dicht.

Image

Na ruim vijf minuten is daar plots de trein, zich traag op gang trekkend naar z’n volgende bestemming.
We volgen Sr z’n aanwijzingen tot Resita. Daar worden de papieren en elektronische kaarten geraadpleegd. Binnendoor, om via de achterdeur Slatina binnen te komen zou schoon kunnen zijn, maar ‘t is pikdonker. Dus gaan we een beetje omrijden . De weg Resita-Caransebes staat nu in mijn top 50. Zelfs in ‘t donker is de opeenvolging van bochten en hellingen voldoende om géén zadelpijn meer te voelen. Sorry Vanja dat we je een beetje achterlieten, maar zoveel karakter hebben we nu ook weer niet.

2 uur later: blij weerzien met onze steun en toeverlaat in Slatina. Daar is ook onze gastvrouw. Welkom in mooi Nederlands, en de aankondiging dat dadelijk het eten klaar is. Motoren achter slot en aan tafel voor onze eerste Roemeense specialiteit.

Ready to Rock and Roll

Dinsdag zijn we vroeg uit de veren, er moet gesleuteld worden. Zeg nu zelf, zo kunde de pist niet in.

Image

De soepbus wordt voorgereden en uitgeladen. We zijn (nog) geen Meoni, dus steken we zelf de handen uit de mouwen:

Image
Image
Image

Tiens, de wielen zijn op en we hebben nog een moto over.

Image

En route dus, naar een bandencentrale in Caransebes.

Image

Duits is een rare taal.
Dat daar met die auto’s, da’s de E70. kakelvers Eu-asfalt, breed genoeg voor 3 rijvakken, geen strepen. Niet dat Roemenen zich daar iets van zouden aantrekken, de hele breedte wordt benut.

Image

Stokoude uitgeleefde Dacia of fonkelende 4×4, eens op de weg zijn ‘t hooligans achter ‘t stuur die god nog gebod kennen.

Image

Er zijn er dan ook redelijk veel die plotsklaps voor hun god toch die geboden eens mogen opzeggen, getuige daarvan de talloze kruisjes naast de weg.
De eerste bandenboer boezemt niet direct vertrouwen in, na wat gepruts met het voorwiel op de grond komt de mededeling dat het niet in ‘t machien zal passen. Maar hij is wel zo vriendelijk ons naar een collega te sturen die het wel kan. En inderdaad, op nog geen half uur is ‘t gefikst.

Image

Op naar ‘t centrum voor een wandeling op zoek naar harde cash.

Image

BMW C1 Cabrio?

Image

Rare mix van stijlen. De gebouwen doen denken aan Salzburg, daarachter een orthodoxe kerk. Meer later daarover.

Image

We plunderen een flappentap en keren terug, die wielen moeten draaien.

Muug vertelt :

Die E70 was een boeiende ervaring. ‘s nachts was alles ginder zo pikzwart dat ge het verschil niet zag tussen het asfalt en de berm. Zelfs niet met al mijn lampen aan. Dus ge rijdt letterlijk naar een zwart gat. Rapper als 70 dierven we niet en af en toe vertraagden we zelfs tot 50 of minder omdat we echt niet zagen waar de weg naar toe ging.
Overdag was het ook boeiend. De weg was minstens drie rijvakken breed, maar hier en daar waren verbredingen aangebracht. Daarop heb ik op een gegeven moment het volgende scenario gezien : In beide richtingen tegelijk waren voertuigen elkaar links aan het inhalen. Tot zover alles OK. Maar dan zag ik daar in ‘t midden, tussen die vier verkeersstromen een paar auto’s stilstaan. Met hun linkerpinker aan! Toen viel mijn euro: die verbreding was ter hoogte van een “kruispunt” en die auto’s in ‘t midden stonden daar het goeie moment af te wachten om hun straat in te staan ! Hallucinant.

Image

Toffen tip. Zag ons komen en liet alles vallen om ons te helpen. Wist heel goed waar hij mee bezig was. Kerel was een ouwe taaie van 62 jaar oud en sprak tamelijk goed Duits. Daar had ie duidelijk goeie herinneringen en verhalen over. Liep zelfs rond in een overall van ‘t Duits leger. Bij de demontage echter brak plots het ventiel van de voorbinnenband af. De breuklijn was deels al geoxideerd dus die demontage was dus eigenlijk gewoon een handeling teveel voor dat ventiel. Maar de man zei dat hij de band ging repareren tegen dat we de week erop gingen terugkomen. Hij ging er een nieuw ventiel insteken, en aangezien ginder vulcaniseerder een echte stiel is, geloofden we hem graag. Bij terugkomst na de off-roadweek bleek hij inderdaad de oude eruit gesneden te hebben en er een nieuwe ingevulcaniseerd te hebben. Bleek echter bij ‘t opblazen dat het ventiel niet wou afdichten! Toen hij daarvan ‘t binnenwerk uit wou vijzen om dat eens te bekijken, brak er een deel af en dat kreeg hij er op geen enkele manier meer uit! Hij kreeg zelfs de lucht niet meer uit de herstelde binnenband. De goeie ouwe kerel werd echt ambetant – het was een kwestie van beroepseer! – en probeerde op alle mogelijke manieren dat ventiel leeg te peuteren en te repareren. Het mocht niet baten. Die Turkse Brol! riep hij uit. Ik koop dat nooit meer! Tegen volgend jaar bestel ik u een nieuwe binnenband, een Duitse! Dus, om een lang verhaal kort te maken, als ik volgend jaar ginder passeer, gaat er daar een nieuwe Duitse binnenband op me liggen wachten…

Bon, dan gaan we maar eens doen waar we voor gekomen zijn zeker. langer wachten heeft geen zin.

Image
Trei Ape in full batlledress

De gastjes vooraan en de gasten achteraan zijn Roma, wonen zo’n beetje achteraf in Slatina. Volgens Sr werd hun aanwezigheid in de loop der jaren zoveel mogelijk stilgezwegen door de Roemenen. Ook naar Roemeense normen hebben die mensen het niet breed. Zo woont in het huisje naast ‘onze’ garage een gezin met 10 kinderen. Geen plaats, geen luxe. Maar wel vrolijke muziek elke dag.

Road to Nowhere

Lindenfeld.(Doe eens de moeite om dat te lezen. Valt best mee.) Daar zouden we naartoe rijden, binnendoor. Binnendoor in Roemenië wil zeggen: geen asfalt of beton. ‘t zijn wel officiële wegen, maar er is een groot gebrek aan officiële wegwijzers. Je moet het dus allemaal zelf een beetje uitzoeken. Paul Sr. had wel veel uitgezocht, en we hadden wel moderne, gedetailleerde kaarten, maar toch. Regelmatig de GPS coördinaten checken met die op de kaart, en telkens moeten vaststellen dat er in ‘t echt meer paden, karrensporen en andere wegen zijn dan op die kaarten. Beredeneerd gokken dus. En na een kilometer checken of we in de goede richting blijven gaan.

Image
We hadden er zin in, en dat kon je zien.
Image
Image
Image
Niet slecht als aperitiefje.
Image
Af en toe efkes het goede spoor zoeken

Lindenfeld, ‘t is zoals gewoonlijk geen proper verhaal. We zijn nog steeds op zoek.

PaulSr vertelt :

Bertje, even niet opgelet in de les.

Roemenië heeft verschillende Duitse aussiedler mogen verwelkomen. Reeds in de 12de eeuw de Saksen, (en ook Vlamingen en Luxemburgers) die zich voornamelijk in Transylvanië gevestigd hebben. In de Banat, jullie speeltuin, zijn eeuwen later de Donau-Swaben geland, waar je een link naar plaatst. Maar de Duitsers van Alt-Sadova, Weidenthal, Wolfberg, en het voor jullie onvindbare Lindenfeld kwamen 175 jaar geleden uit Bohemen, er is heel wat over hen te vinden op het net.
Ze zijn nu (na 1990) praktisch allemaal verdwenen, terug naar de Heimat. Weidenthal (Brebu Nou) is nog een traditioneel Boheems dorp, maar de huisjes zijn vakantiewoningen geworden van de nieuwe rijken uit Boekarest of Timisoara.
Er liggen wel een 2000km onverharde (en geërodeerde) paadjes in de streek. Vandaar dat ook EnduRoMania er zijn hoofdkwartier heeft. En ik heb er laatst een sympathieke Schot ontmoet, die met zijn Roemeens lief vrouwtje een pensionneke runt voor endurorijders, met een 12tal machientjes (en bijbehoren) te huur.

Muug vertelt:

Eerst misschien toch efkes een overzichtje van de reis, zodat de mensen weer mee kunnen.

Op één of andere tochtige dag zoveel jaar geleden zag ik op ‘t Motoren & Toerisme-forum meldingen verschijnen van goestingskes om in Roemenië te gaan rijden. Bleek Paul Sr daar nogal luid te verkondigen dat hij ginder zijn broekzakken kent, of zoiets. Afin bon, om een lang verhaal kort te maken, na een initiële post van mij om efkes te zien hoeveel goesting er hadden om mee te gaan naar ginder, bleken er na de laatste Indian Summer-rit een acht gegadigden te zijn die wat nableven om geilbekkend te kijken naar de plastieken 3D-kaart van Roemenië. Besloten werd om ginder naar toe te gaan na het schoolverlof, met de soepbus als backupmachien, en ne man of acht die bij zichzelf nen avontuurlijken inslag vermoedden. Maar net als ‘t verhaal van de tien kleine negers, bleek de één na de ander af te vallen. De één ging per vierwieler naar Roemenie (fuk die umlaut), de ander liet zich omkopen om te trouwen, nog een ander werd van zijn booreiland geschupt, de zoveelsten had ook wat perikelen op ‘t werk door die crisis, iemand anders zit me ne rug die alleen maar naar voor kan plooien maar niet naar achter, afin, er schoten in augustus nog drie man over. Maar ‘t werd spannender en spannender… Eén van de drie laat op zichzelf een elandtest uitvoeren waarbij hijzelf de eland speelt en nen anderen beslist op ‘t moment dat ‘m weg is, zijn madam achter te laten temidden van een platgesmeten krotwoning, zonder EGW-WC en dat begon er op te lijken dat dat precies ook geen goed idee was…

Maar bon, ‘t lot keerde, werd ons gunstig gezind, en de drie gasten waren alsnog klaar voor het grote avontuur.
Dus werd er op dag 1 naar Salzburg gereden, dag2 naar de oorsprong van ‘t Ros Balatum, dag3 naar Roeminei zelf. Dag 4-9 zaten we te klooien in Riemenoe, dag 10 keerdigen we terug naar Hongarijemee? Dag 11 repten we ons naar Zaagrib, Dag 12 verdeden we in Sloofjenie-ut, dag13 hebben we wat kreemglas op de Grote Glonker-gletser uitgesmeerd zodat ie nog wat langer blijft liggen en dag 14 was het tijd om dmv oa een ferm geslaagd uitwijkmaneuver terug te razen naar ons Belgenland.

Allez bon, en azo is iedereen dus weer mee.

Muug vertelt:

Bon, Bert, sta me toe om efkes onze eerste dag off-road in Rammenos af te werken. Het begin was al tamelijk ferm. Paul Sr. zei dat het heel simpel was, maar ‘t ging toch al tamelijk goed omhoog en de stenen waren toch al meteen van ‘t formaat “kleine baksteen”. Meteen hadden we een nulpunt voor onze relativiteitsschaal.

Soit, ene keer dat we boven waren, werd het toffer wegens meer écht rijden, en dat leverde van tijd wel fotogenieke dingens op :

Hier Blackbert in schoon kompanie van een boom, en ‘t is erg voor de boom, maar hij ziet haar niet eens staan…

_DSC4318.JPG

Hier wat stoffig gedoe van twee speelvogels

_DSC4351.JPG

Verderop doen Cotthem en Bert weer schoon dinges met Ténéré, KTM, stof en landschap.

_DSC4367.JPG

Maar goed, het ging te traag vooruit, we namen te veel foto’s, moesten teveel drinken, hadden te actieve nieren en dus moest de rit ingekort worden. En we waren nog geen kwart ver geraakt…

Dus ne short cut. Maar wél ene waar ne keer op gezweet moest worden.

_DSC4419.JPG

Daar was iedereen over geraakt, en dan konden we weer met plezier rijden en roetsjen over de pistes. Maar die kruispunten eh, altijd maar opnieuw kruispunten, en hier een piste en daar een piste en ginder een spoor en hier nog een mogelijk trajektje!

Met als fantastisch gevolg dat we na zonsondergang perfect wisten waar we stonden. We hadden immers kaarten, we hadden drie GPSsen. Wat kon dan het probleem zijn? Misschien dat we in een dal stonden? Zo eentje waar we met meer geluk dan wijsheid waren kunnen afdalen doorheen iets wat op een geërodeerde beek geleek… Ge kent dat wel eh, ge gaat op uw pedallekes staan, laat die koppeling wat vieren, richt het voorwiel de helling af (niet vergeten uw gat naar achteren te steken!) en hebt het volste vertrouwen in de zwaartekracht waardoor ge zeker weet dat ge beneden gaat geraken.

Image

Enigste vraag is eigenlijk welke kant van de moto er het eerst zal zijn…. Maar da’s een vraag die ge natuurlijk verdringt, anders zijt ge genen held eh…. En voor ons was er dus de andere kant van dat dal, in de vorm van een even steile helling, met een spoor dat al even uitgesleten was…. Hamvraag daar beneden in dat dal was eigenlijk : “Had er hier gene weg moeten zijn?”….. Niet dus…. Bon, efkes “cool” zijn en ne keer overdenken wat het meest interessante plan is. Doordoen, den berg op rijden, altmaar verder, niet wetende waar we eigenlijk naar toe gingen, of terugkeren? Niet echt macho, maar mijn reservelampeke was nogal naarstig aan ‘t pinken, en Cotthem merkte terloops op dat hem wat nachtblind was… tamelijk zo, een beetje maar… als ‘m goed kijkt kan ‘m ons achterlichtje vagelijk zien schemeren… right…

Terugkeren dan maar zeker? Ne keer zien of we ipv naar beneden totteren, ook naar boven kunnen totteren??? Zo gezegd, zo gedaan. En dat ging behoorlijk goed zelfs!

Mogelijke verklaring voor de zelfzekere rijstijl was het simpele feit dat we zo niet al te veel meer zagen… en wat ge niet ziet kan u niet bang maken, dus heb je veel zelfvertrouwen en dat rijdt altijd gemakkelijk eh.

Kortom, we geraakten uit het dal, terug op het asfalt, keerden terug naar ons gasthuis en werden daar op lekker eten en aangenaam gezelschap getrakteerd.

Image

We zagen toen ook waarom Cotthem nachtblind was…. Z’n ogen zijn toe….

Lindenfeld, again

Dag één was dus omstreeks tien uur ‘s avonds geëindigd rond een reusachtig lekkere pot eten. Dag één was het de bedoeling om in Lindenfeld te geraken. Maar daar waren we dus inderdaad niet geraakt. Dat gingen we dag 2 even rechtzetten…

We gingen naar Lindenfeld via een àndere weg, een minder moeilijke, een meer rechtstreekse, maar wél ene zonder wegdek. Ahja, dat waren we wel aan ons eigen verplicht eh. Dus, geladen met piknik, GPSsen, een goed functionerende zonnewijzer en gevulde camelbags trokken we op pad.

Maar toch eerst efkes een foto van ‘t soort bruggen dat ze ginder hebben.

_DSC4444.JPG

En jawel, er wordt daar met zwaar materieel over gereden.

Op pad dus, in eerste instantie zag alles er inderdaad zéér comfortabel uit.

_DSC4461.JPG

Een paar van de landbouwmadams riepen ons wel iets toe en gebaarden vanalles, maar daar trokken we niets van aan. We wisten van Paul Sr dat er ergens verderop door een droge beekbedding moest gereden worden en ‘t was daar tamelijk ruig. Dat wisten we. En dat het maar tien meter ruig was, wisten we ook. Na dat stukske kwamen we dan op een splitsing aan. Wééral. Langswaar? Links of rechts? We bekeken de kaart, de zon en elkaar. Linksaf dus.

En ‘t was weer om zeep.

Image

Het werd weer dretsen en sukkelen, ruig omhoog door ambetante sporen.

_DSC4478.JPG

Toen we deze hindernis overwonnen hadden, kwamen we tot het besef dat dit niet het spoor van Paul Sr kon zijn. Het was véél te moeilijk. En yep, dat ging daar een meterke héél steil omhoog en toen we erop waren wisten we dat we er weer af moesten.

_DSC4481.JPG

Omkeren dus. Elke moto omkeren was een hele klus wegens weinig ruimte. En dan weer die meter rotsblokken af.

Allez hop, wijle blij ende gelukkig, teruggereden naar die vermaledijde splitsing en zo kwamen we in een dorp aan. Maar daar heb ik efkes “HALT” moeten roepen, want mijn KTM was nogal ambetant op de gas, bleef niet op ralenti draaien en zat constant te knallen en te ploffen in mijn uitlaten. Iets aan de hand dus.

Eerst probeerden we het ter plekke op te lossen. Zaten de batterijpolen goed vast? Hoe zat het met de relais van de ontsteking?

Image

Cotthem zat ondertussen achter de vrouwen an.

Image

Omdat we het euvel niet vonden, zijn we maar naar ons gasthuis teruggereden en hebben daar verder gesleuteld. Uiteindelijk bleek de achterste carburateur te zijn losgekomen. Dus even alles losmaken en dan weer te goei samensteken.

Image

Zo ziet een uitgeklede KTM er van voren uit :

_DSC4506.JPG

Maar dan waren we wel alweer 18u. En om half zeven doen ze ginder het licht uit. Dus licht werd donker, honger werd volvreten, dorst werd drinken.

En morgen, dag drie in RO, wel, dan gaan we dat spookdorp ne keer niet bezoeken, we gaan naar den Tarcu, met 2180m den hoogste berg in de buurt.

Blackbert vertelt:

Right, efkes kijken. Die eerste dag was fun, ook al zijn we niet geraakt waar we hoopten te geraken. Bovendien, niet de bestemming is van belang, …

We vonden zelfs tijd voor een groepsfoto

Image

Buitenverblijven. ‘t Linkse heeft wat meer aandacht nodig dan ‘t rechtse.

Image

‘t moet niet altijd simpel zijn

Image

Kaart en GPS leiden ons zonder problemen naar Brebu Nou.

Image

Brebu Nou is 1 van de Boheemse dorpen in de regio en in tegenstelling tot het mysterieuze Lindenfeld ziet het er goed uit.
Ook Enduromania heeft hier z’n hoofdkwartier.

Image

Meer kunst aan de andere kant

Image

Voorbij Trei Apen (geen zoo, wel een stuwmeer met 3 takken) en Garana weer ‘t onverhard op. Zoals gezegd, niet altijd even simpel.

Image

Op naar het bos. Kijk eens goed, want straks is ‘t donker.

Image

Dag 2, poging 2.

Logischerwijze komt de voorbereiding eerst. Buiten eten heeft een mens ook drinken nodig. ‘t Kraantjeswater komt via een zandfilter uit de rivier, en onze verwende ingewanden zijn daar niet tegen bestand. Enkele jaren terug werd er echter een geologisch onderzoek gedaan , recht in ‘t centrum van Slatina. Op 80m hadden ze prijs: water. De geologen wilden de put laten volstorten met beton, Sr. en co vonden het wijzer het water te gebruiken. Analyse bewees dat het van prima kwaliteit is, en nu staat er dit.

Image

jup, redelijk bergop.

Image

en omgekeerd, bergaf

Image

efkes parkeren

Image

eindelijk op ‘t goede spoor: Golets. Paul Jr. vertelde al waarom we vanaf hier terugkeren.

Image

No Lindenfeld for us today, maar een middagje dissectie op een KTM is ook plezant.

Morgen: de Tsarcu, een geweldige berg.

Trip naar Tsarcu

Soit, de volgende dag gaan we eens iets anders proberen. De E70, de hoofdweg langs Slatina, loopt door een vallei, Noord-Zuid door de Karpaten. Aan de westkant zijn die niet zo hoog, aan de oostkant wel. De dichtsbijzijnde is de Tsarcu, 2190m. Daarboven staat een meteostation, en er loopt dus een ‘weg’ naartoe. Die gaat langs een ander meteostation, op de Cuntu.
Let’s go!!!!!!!

Image

Naar Ilova was niet zo moeilijk. Ahem.

Image
Image

Nee het gaat hier niet naar beneden, het gaat hier steil omhoog!

Image

De juiste weg eruit vinden was weer iets anders.
Hier loopt het dood.

Image

Dit zou de juiste zijn, ook volgens de uitleg van de dorpelingen.

Image

‘t Kwam zelfs zover dat we, als echte salonavonturiers, soepbusman belden. Maar zoals gezegd, alle aanwijzingen stuurden ons naar het keienveld hierboven. Daarover rijden vonden we er een beetje over, dus maar de easy way (E70) naar Bolvasnitsa, waar een vriendelijke jongen ons bevestigt dat we juist zitten om Borlova te vinden.

Image
Image

Tijd ook om de picnic nog eens aan te spreken. Het dessert, een vers geplukte appel, wordt ons aangeboden door 2 boeren met hun oogst.

Image

Borlova

Image
Image

En de DJ608A, ooit een betonbaan naar Muntele Mic, een “socialistisch’ skistation.

Image

De gravel gaat over in schone bochten met asfalt. Dan rechtsaf op de Tsarcu track. Eerst door de weilanden, dan het beukenbos in. Snelle stukken, technisch uitdagende stukken, schitterende omgeving, 25°C, prima gezelschap.

Image
Image
Image

Je ziet het niet, maar dat gaat stevig bergop

Image
Image

zo stevig dat Cotthem een beetje coaching nodig heeft om het in 1 keer tot een goed eind te brengen.

Image

Uiteraard haalt hij het, even een verdiende pauze.

Image
Image

En weer verder, we zijn er nog niet.

Image

Ja, ‘t blijft bergop gaan.

Image

Tot we dit zien: Cuntu

Image
Image
Image
Image

Op zijn “erf” een babbeltje met de meteoroloog (Engels, Frans, Duits) die hier zijn 2de winter ingaat. Daarvoor 5 jaar op de Tsarcu. Hij wil toch niet terug, hoewel het huis daarboven beter was. Verhalen over een meter sneeuw, met sporen van een roedel wolven in de ochtend. Toen wij er waren leek het zomer, een week later 0°C en sneeuw …

Image

Dit is de aanloop naar de Tsarcu. En terug, er is maar 1 weg.

Image

Niet simpel maar doenbaar. De ervaring leert ons echter dat we misschien wel boven geraken, maar nooit terug op de asfaltweg beneden voor donker. Terug naar beneden dus, naar Muntele Mic. de kaart toont een tweede weg richting E70, die gaan we nemen.
De terugweg:

Image
Image
Image
Image

Feit: de terugweg gaat altijd sneller dan de heenweg. We stonden dus snel weer op ‘t asfalt. Rechtsaf, nog wat haarspeldjes naar het skistation. Zó lelijk dat we geen foto’s durfden nemen. Op zoek dus naar de DP16, richting Borlova.
Het begin zag er goed uit, zware gravel. Hmm, staat wel op de kaart als een echte weg, maar dit is Roemenië,niet?

Image

Een beetje verder is dat al kleine keien geworden, en gaat Cotthem z’n landingsgestel uit.

Image

De omgeving is ‘t wel weer waard.

Image

Cotthem vraagt zich af welke XTZ zo’n sporen nalaat

Image

Een eind verderop hoor ik iemand fluiten. M’n companen blijken niet echt meer te volgen, dus wie o wie?
Aha.

Image

Geeft ineens ook een verklaring voor de toestand van de weg. Ik wandel terug. MCB blijkt de berm ingereden te zijn, om tot stilstand te komen op een meterke van een redelijk onverzettelijk rotsblok. Bij de volgende stop klaagt hij nog steeds over de bokkesprongen van zijn oranje beest, dus wordt de vering wat zachter gezet.
Zie hem vliegen.

Image

Cotthem doet niet onder.

Image

Eigenlijk hebben we hier ‘t ergste gehad. en maar goed ook, ‘t wordt stilaan weer donker.

Image

Interessante kombochten hier

Image

In Borlova merken we dat wij niet de enigen zijn die voor donker de stal willen halen. Hele kuddes koeien keren kuierend naar huis. Geen herders, da’s niet nodig. Ze weten de weg. Regelmatig draait er eentje af en wandelt een poort binnen, of wacht voor een gesloten deur. Verder dan maar, wel voorzichtig, koeien hebben geen achterlicht. Fietsers trouwens ook niet en we zijn blij als we Caransebes bereiken.

Image

‘t Was een mooie dag, ook al hebben we te lang rondgehangen in Ilova om de top van de Tsarcu te halen. Maar ooit gaat het lukken, al moeten we de weg vragen aan een koe.

Muug vertelt:

Ja miljaar,
die gasten ginder hebben écht wel een ander idee van wat een “weg” is. Als ‘t verschil tussen de hoogtes en de laagtes minder dan een meter is, spreken ze daar dus al van een weg.

En jawel, ne KTM Adventure wiens vering op “sport” staat ingesteld, botst gelijk nen botsbal van den enen steen naar den andere, zonder dat de chauffeur daar inspraak in heeft.

Terwijl ik gewend was van daar in “stijl” over te glijden.

Dus werd zo ongeveer op ‘t steilste stuk van de afdaling een blad tevoorschijn getoverd met daarop de veerinstellingen. Na een kwartierke stond mijn KTM weer zo zacht als een engelke afgesteld en dat was véél toffer om te rijden!

Die weg terug , met al die “kombochten” was trouwens echt wel bangelijk steil, en moeilijk, en gevaarlijk, en door al die bosbouwmachines was alles vermangeld en kapotgereden. Da was nie tof nie.

God zij dank waren we net voor donker op begaanbare wegen, want anders hadden we ons ma moeten roepen peis ik.

Die begaanbare wegen waren na een half uurke trouwens weer zo zwart als ‘t hol van Zwarte Piet en der was ene bij ons die dat niet zo tof vond. Mja, ge moet ne keer op de weg proberen blijven als die even zwart is als de hemel…. Vrij moeilijk hoor. We zijn hier dik verwend met al die reflectorkes en strepen aan alle kanten.

La petite histoire en Tuica (tsoika)

Blackbert vertelt:

De jaren 80. Er wordt betoogd tegen de kruisraketten van Reagan, Che hangt in vele studentenkamers en De Muur staat als een huis. Sommigen willen weten wat er achter die muur gebeurt. Voor zij die nooit een legerdienst gedaan hebben: in die tijd lag dat niet voor de hand. Paspoort, visa, crappy food, grens- en andere controles hielden de toeristen buiten, alleen reizigers deden de moeite. Zij ontdekten dat een half werelddeel opmerkelijke gelijkenissen vertoonde met wat Orwell beschreef in 1984. In dat jaar uitvoerig bestudeerd in de middelbare scholen, mét groepswerk: op welke punten is het in onze samenleving al zover. Wisten wij veel.

Paul Sr. wist het wel:
“In 1987 reed ik me op het einde van een familievakantie vast in een weg/weg situatie omgeving Brebu Nou. Dat was nog in de donkere periode: enkel brood en varkensoren te verkrijgen op de bon, voor de rest: nimic. Contact met Roemenen verboden, securitate overal. Schokkende ervaring, in het westen was het toen namelijk niet geweten hoe erg de toestand op het platteland was.”

1990?

Image
Image

2009
“Dit was mijn eerste contact. Ik ben terug gegaan, en toen het in het westen begon door te dringen dat Ceausescu zijn volk en hun dorpen aan ‘t vernietigen was, voelde ik me betrokken. Ik lag aan de basis van de adoptie van het Dorp Slatina-Timis (3500 inw.) door Geel.”

Image

Toen kwam de revolutie. En daarmee alles in een stroomversnelling.

Image

“Tijdens de revolutie reden we met vrachtwagens met humanitaire hulp er naartoe. Er ontstond hier in Geel een Roemeni? komitee , dat na korte tijd overschakelde op structurele hulp. Fundrising bleek geen probleem te zijn, en we hadden als vrijwilligers organisatie snel contacten met de Vlaamse, Federale en Roemeense overheden.”

Image

Het verhaal gaat verder terwijl we life te zien krijgen wat er allemaal veranderd is. Soms is het contrast zéér groot met wat nog niet veranderde.

Image
Image

“Grote projecten werden binnengehaald: waterleiding, riolering, medisch centrum, algemene gezondheidszorg. Ik deed de technische opvolging, en heb sindsdien een 70 maal Roemenië bezocht. De stichting wordt ter plaatse prima beheerd door Roemenen, en is praktisch zelfbedruipend.”

Image

Het is een boeiende wandeling. Al snel wordt duidelijk dat er in die 20 jaar veel gerealiseerd is. Door de mensen zelf, onder impuls van en met de hulp van de Belgen. Financieel maar ook op andere vlakken.

Image

Achteringang van het eerste ‘gasthuis’ lang geleden. Door die poort gaan was als een tijdmachine betreden. 2 stokoude zussen begroeten Paul zéér hartelijk.

Image

Wij zijn onder de indruk, observeren in stilte. Géén foto’s van de binnenkant, teveel respect. En dat verdienden ze.

Image

De kleinste, nu nog véél kleiner en zeer gebogen, het lijf wil niet meer mee, maar de geest is nog wakker. En de grootste. Nu in een rolstoel wegens een nooit behandelde gebroken heup. Chapeau dames.

We vallen de school binnen. Die 2 scheve deuren ginder, dat was het sanitair. Nu is er een mooie aangebouwde blok, met glanzende tegels en een spekstenen kachel. Vriendelijke leraressen, beleefde kinderen. We worden nagewuifd wanneer we weer vertrekken.

Image

Het medisch centrum is een voorbeeld. We kregen spontaan tandpijn bij het zien van de stoel, maar de tandartse was er niet. Kristine Bonheure van Radio 1 was er wel. Luisteren in December is de boodschap.
We wandelen verder.

Image
Image
Image
Image

De pruimen komen dichterbij.

Image

Het is een beetje raar. Vele huizen zijn volledig gerestaureerd, met nieuw ramen en deuren, strak bepleisterd in soms minder voor de hand liggende kleuren. Andere zouden hier misschien het etiket ‘krot’ opgeplakt krijgen. De meeste zitten er ergens tussenin.

Image

Alles bij elkaar geeft het een goede indruk van het leven hier. Sommigen houden, noodgedwongen, vast aan de oude levenswijze, anderen grijpen elke kans op een ‘beter’ leven. Of die gegrepen kansen allemaal koosjer zijn laten we in het midden. Feit is wel dat je door allemaal vriendelijk en gastvrij ontvangen wordt.

Image

Deze mevrouw was haar stoep aan ‘t vegen en merkte onze aandacht voor haar woning. Prompt ging de bezem aan de kant en kregen we een rondleiding. Zij is hier geboren, trouwde met een Duitser en kwam na jaren terug om het ouderlijk huis te kopen. Haar Duitser is handig met hout en daar is ze duidelijk trots op. Met rede.

Image

Anderen hebben duidelijk minder nood aan een perfecte afwerking …

Image

Maar ‘t heeft wel charme, om het in reisbrochuretaal uit te drukken.

Image

Authentiek, nog zo’n term. Maar ‘t klopt wel.

Image
Image

Of ambachtelijk. Waar we een puur staaltje van krijgen. Letterlijk. Jammer dat er geen [smell]-button bestaat.

Dit is de productie-eenheid. Daarachter, een moderne proeverij.

Image

Aanvoer van de grondstoffen

Image
Image
Image

yummie

Pruimen. Lekker bij een Vlaamse Reus, maar die was nog beter op Roemeense wijze. Dus ‘t is niet erg dat ze hier in een olievat liggen rijpen. Bon, wat hebde nodig, in uw tuinhuis?

Image

Vuur. dus ook hout. boven dat vuur, een destillatiekolom. Bovenaan in ‘t buisje zit dan wat je wil hebben. Maar liefst vloeibaar. Dus gaat dat door een bad fris rivierwater.

Image

Zorg voor voldoende verluchting, de dampen zouden uw concentratie kunnen aantasten. En dan ben je te laat om dat houten tonnetje te vervangen wanneer het vol is. Drink ook voldoende mineraalwater en hou de flessen bij. Perfect voor thuisgebruik. Voor uw relatiegeschenken doe je iets meer moeite natuurlijk.

Image

Fijn. de Extra Vierge of eerste destillaat zal in de 40° zitten. Niet slecht als apero of digestief. We kunnen dat bevestigen. Wanneer al de pruimpjes verdampt zijn en uw vuur is nog niet uit, ga je een deel van de productie nog eens door het systeem jagen. Waarom? Omdat straks de winter komt, of je al eens last hebt van een beestje. Die tweede run levert moonshine op van rond de 60°, maakt komaf met alle beestjes in uw lijf wordt ons verzekerd. Enkele voorzichtige slokjes later weet ik het. Beestjes dood of niet, ‘t kan u niet meer schelen, na een borrel of 2 van dit spul.

Het dorp heeft een rijke geschiedenis. Gelegen in de Timisvalei, die een doorgang, kloof, vormt in de Karpaten, trokken er heel wat legers langs, die vaak op de oevers overwinterden. Vanaf 1715 tot 1790 waren het 3 maal de Ottomanen(Turken) die het westen binnenvielen langs daar. Om enkele jaren later te worden achterna gezeten door de troepen van Maria-Theresia. Omstreeks 1750 lagen de Habsburgers in hun tentenkamp in het dorp en hun leider( maar ik ben vergeten wie, ik moet de gedenksteen in de kerk opnieuw bekijken….Was het Franz 1 Stefan, haar echtgenoot, of Jozef 2, haar zoon en later Duitse Keizer, of Prins Karl van Lotharingen, haar aangetrouwde neef?, die de bossen in de omgeving ging verkennen… Maar ze reden verloren (niets nieuw onder de zon) werden verrast door partizanen, struikrovers, of waren het gedeserteerde Turken? De Franz, Jozef of was het Karl viel van zijn ros (dat heb ik nog gehoord) en brak iets. Toen de overvallers merkten wat vlees ze in de kuip hadden, spalkten ze het gebroken bot en brachten hem tot op een heuvel van waarop hij het campement zag liggen.
Uit dankbaarheid voor zijn redding liet hij er later een Rooms Katholieke kerk bouwen, waar een grote zwart marmeren gedenksteen het gebeurde vereeuwigt, en die niet door Blackbert kon gefotografeerd worden wegens een gesloten hek.

Image

De geschiedenis staat hier, er is sprake van een Francisc en van 1738.

Jozef II is pas geboren in 1741, dat zou dus redelijk sterk zijn.
Franz-Stefanus, de man van Maria Theresia, was wel keizer van ‘t Heilige Roomse Rijk, maar sinds 1731 ook officieel lid van de Orde van vrijmetselaren, en die kwam niet zo goed overeen met de man in Rome …
zijn broer, Karel van Lorreinen, kan kunnen.

Anyway, ‘t portaal van ‘t paradijs was dus gesloten. Dan maar verder bergop, naar waar de meer stoffelijke resten rusten…

Image

Een kerkhof zoals ik ze graag zie. Wild, opgaand in de natuur.

Image

Gindsboven staan meer stenen en is het gras korter, hier weten alleen intimi wie waar één wordt met de wereld …

Image

Je hebt niet veel fantasie nodig om je een beeld te vormen van haar einde … (Roma Ana 1911-1944)

Op de terugweg springen we nog even binnen bij de plaatselijke ramenmaker. Wie het zich kan permitteren voorziet zijn huis van PVCramen met dubbel glas. Om te tonen dat ze het zich kunnen permitteren blijft de beschermende folie met opdruk zitten …

Image
Image

De machines komen uit België, de vaardigheden zijn waarschijnlijk geërfd van de vader, die achteraan zijn smidse heeft.

Image

Zijn hekwerk getuigt van vakmanschap. Ik probeer hem dat duidelijk te maken, hij reageert verlegen maar ook trots.

Na het verplichte glas Tsoika toch maar terug naar ‘huis’, we hebben dringend nood aan vast voedsel.

Vanja is een beetje buiten strijd, dus trekken we er met 2 op uit. We hebben nog een paar uur voor ‘t donker wordt.
‘t Begint proper en schoon, naast de rivier.

Image

Dan naar rechts en omhoog. Algauw wordt duidelijk dat hier meer verkeer komt, zwaar verkeer. Maar ‘t blijft dikke fun.
Uiteindelijk komen we uit het bos.

Image

Tijd voor overleg. Weer een niet voorziene splitsing en weer rekening houden met de tijd.

Image

En weer besluiten we terug te keren.

Image

Na de modder kwamen we dus terug op de gravelweg naast de rivier. Omdat we nu wisten dat er geen grote hindernissen waren, ging de zweep erop. Dikke pret, geen tijd voor prentjes.

Tot hier.

Image

Straks pakken want we gaan onze Groote Rit maken morgen, de Transalpina. Weinig kans dat we daar verloren rijden, er is maar 1 weg.

Transalpina Pas – of hoe vooruitgang ook achteruitgang kan zijn

De DN67C, meer bekend als de Transalpina Pas. aangelegd onder koning Carol in de jaren 30, gemoderniseerd door de Duitsers in WO II. de verbinding tussen Sebes en Novaci, over Urdele pass, 2145m hoog. Tot Ranca grotendeels onverhard. Maar eerst in Sebes zien te geraken, en dat zal best lukken over de weg.
Weinig spectaculairs te melden onderweg, tot we Calan bereiken.

Image

Ooit staalfabriek maar al lang verlaten

Image

Al wat bruikbaar of verkoopbaar is werd eruit gesloopt

Image

Betonnen skeletten en stof zijn de enige zichtbare resten

Image

Sebes

Image

Voltanken, en naar ‘t zuiden. De bebouwing wordt dunner, de natuur neemt over. Valt best mee, in de herfst.

Image
Image

Tijd om de picnic aan te spreken. Wat ons een nieuwe vriend oplevert. Bescheiden, geduldig beestje, past helemaal bij ons.

Image

We zijn niet de eersten die hier stoppen, wel de eersten die hun afval meenemen.

Image

De weg slingert zich verder langs de rivier. Perfect, net afgekoeld asfalt, prachtig ritje. Maar enige onrust borrelt op. Tinternet leerde ons dat de eerste 40km vanaf Sebes verhard zijn, en die hebben we stilaan gehad. Aan het Capalna stuwmeer weten we ‘t zeker: binnenkort kan je hier ook met een buikschuiver plezier aan hebben.

Image

Verderop: hier wordt hard gewerkt.

Image

Obarsia Lotruilu

Image

Lekker.

Image

En dan dit:

Image

wij staan daar, in ‘t midden vanonder. Tussen ons en ‘t Paradijs in Ranca: dat vies bord. wij gaan daar in alle rust ons voeten aan vegen.

Image

Urdele pas

Image

Poëzie

Image

In de nevel duikt Ranca op. Alweer van een niet te fotograferen lelijkheid. Maar eerst is er dit nog.

Image

Club Paradise ontvangt ons goed. We kunnen eigenlijk zelf het menu samenstellen, eenvoudig maar lekker. Na de borden komen de kaarten, we mogen zelf ‘t licht uitdoen.

Muug vertelt:

Bij de vorige twee posts van Bert toch efkes iets meer duiding geven, want de lezers zijn ons aan ‘ t verliezen denk ik.

Na ons avontuur richting Cuntu/Tarcu was er een tweedaagse trip ingepland waarin we de Transalpina-pas wilden overwinnen. Om daar te geraken was er wel eerst nog om en bij de 180 km gewone weg. Op de kaart zag die weg er zeer belangrijk uit en gaf ons de indruk van heel snel te zijn. In de praktijk bleek die weg inderdaad zeer belangrijk te zijn, want de enige…. Maar het was maar een gewone tweevaksweg zonder verharde bermen, los door elk dorp en elk stadje, meestal tamelijk goed asfalt maar de algemene indruk was toch dat je hier met een racebanaan niet veel plezier gaat hebben aan het rijden. Langs die weg passeerden we dus langs die kilometerslange verlaten en quasi compleet ontmantelde industriezone.

Soit, het duurde de hele dag eer we aan dat verbodsbord geraakten. Het was rond vijf uur ‘s avonds toen we dus merkten dat we de Transalpina-pas niet op mochten. Een blik op een kaart leerde ons dat de omweg iets van om en bij 150 km was. Niet echt te doen dus. Dus maar op zijn Belgisch gedaan: we zijn eens gaan zien of we door die werken konden rijden. Wat effectief het geval was. Grote teleurstelling was echter het feit dat de beruchte Transalpina-pas onderdeel was geworden van reusachtige wegenwerken. Op een origineel stuk van 500m na, was de hele pas uitgegraven, verbreed, voorzien van de fundering van de nieuwe weg. Om de paar km stonden enkele machines in rust. Bovendien was er een dikke mist die maakte dat we koud kregen, nat werden en geen 50m zicht hadden. Die toestand, wegenwerken en zeikweer, bevorderde ons humeur niet echt. Wat de climax van de reis had moeten zijn, was stilaan een anticlimax geworden….

Gelukkig was er club Paradise.

Blackbert vertelt:

Paradise huh. Wel. Aan de overkant van de gang had er duidelijk iemand paradise ontdekt.

Aan onze kant van de deur waren er 1 groot bed en 1 klein, in een apart kamertje. Niks mis mee natuurlijk. Tot ik naast een Held mocht gaan liggen. Nog niet helemaal bekomen van het beestje dat zelfs de 60° Tsoika niet klein kreeg en heel de nacht ijlend: Yaaamaaahaaa, yaaamaahaaa, néé, modder … moddeeer. (van dat laatste woord ben ik niet helemaal zeker, maar ‘t leek er sterk op). Een beetje zoals in een derderangs spokenfilm uit de jaren 60, ge snapt het wel.

Paradise? right.

Enfin, bij het krieken van de dag fris weer op, buiten ziet het er in alle geval al veel beter uit.

Image

Spek en eieren, picque nicque maken, en wijle weg, terug over de berg tot dat gele bord van gisteren, en dan westwaarts. met een beetje geluk vinden we de weg tot Baile Herculane. Aan dat eerste deel kan ik niks toevoegen. Mist weg en de zon die er alles aan doet dat zo te houden vandaag.

Image
Image
Image
Image
Image
Image
Image

Lager, het enige stukje dat nog niet platgewalst en verbreed werd.

Image

Wij waren eigenlijk al een half jaar te laat, wie na ons komt zal een perfect geasfalteerde col vinden.

Image

Helemaal beneden spelen we nog even in de rivier (geen foto’s, wel filmpje, later) en gaan op weg naar Petrosani.

Muug vertelt:

Goed,
ik ga nu nog efkes wat foto’s toevoegen aan dedie dat Bert al toegevoegd heeft. We zijn dus naar dien Transalpina-pas aan ‘t rijden en komen langs dat vervallen industriepark.

Om te beginnen kunt ge hier Bert in zijn astronautenpak zien staan, kijkend op zijn zakhorloge, wachtend op het moment waarop hij zichzelf de lucht zal inschieten dmv de lanceerbasis op de achtergrond.

Image

Hier nog een fotoke om te tonen dat dat ontmantelde industriepark ECHT WEL GROOT was :

Image

Den Bert heeft het al gezegd, wij zijn de eerste die onze afval meenemen. Wie ons was voorgegaan deed dat niet:

Image

Ter info, op dat bord staat wel degelijk dat het verboden is om afval achter te laten. Roemeens laat zich nl. tamelijk goed lezen als ge wat Frans en Italiaans kent.

The Good, The Bad, and The Ugly :

Image

De goede staat vanzelfsprekend in ‘t midden, maar wie is nu de slechte en wie de lelijke?

Ne keer voorbij het verbodsbord aan het begin van de Transalpina-pas kwamen we na een hoop wegenwerken nog een stukje originele bergweg tegen:

Image

Maar iets verderop was het niks anders meer dan dit :

Image

en dat:

Image

en dan hetzelfde met wat mist erbij:

Image

En Ranca, het dorp waar onze gastmadam een kamer had gereserveerd, zag er zo uit. Een ski-oord in volle ontwikkeling. Om maagpijn van te krijgen.

Image

Club Paradis dus:

Image

De dag erop was het schoon weer, ik ga daarvan nog één fotoke publiceren:

Image

Na die pas te zijn afgedaald in tegengestelde richting, reden we verder richting Petrosani over een heel slechte asfaltweg, waar auto’s max 30 dierven rijden. Wij met onze allroads hadden er natuurlijk geen last van. Nogmaals, met nen buikschuiver kunde ginder niks gaan doen.

Postkaart van boerterijtje, onderweg naar Petrosani:

Image

De ene godsdienst doet het ginder al beter dan de andere.

Hier een blikken doos:

Image

en hier een luxedoos:

Image

Bedoeling was om tijdens de terugrit over Petrosani te gaan en om dan langs Vulcan te rijden, een lange weg in te slaan die na ettelijke kms doodloopt (richting Valea de Brazi) en dan ginderachter opnieuw een piste op te zoeken. Op de terugweg vanaf Ranca (bovenop de Transalpina) waren drie pistes gepland. Maar er waren die dag ook een gezonde 200km over verharde wegen terug te keren. Volgens mij was het niet mogelijk om zoveel pistes te doen, ééntje – de eenvoudigste – zou de dag al meer dan vol krijgen. Dat was mijn gedacht en misschien had ik dat wat harder moeten verdedigen? Feit is alleszins dat we die eerste piste nooit gevonden hebben…. we zijn wél een berg opgereden, maar weer waren er meerdere splitsingen en wéér liepen alle sporen dood.

Wat ons niet tegenhield van schoon fotokes te trekken:

Image

Hier een schoon voorbeeld van hoe het kan doodlopen:

Image

Maar bon, het was drie uur in de middag en we hadden nog steeds niet het goede spoor. En we moesten nog een gezonde 150km naar Slatina Timis. Als het al niet meer was. En aan max 50 per uur (een hoger gemiddelde gaat echt niet ! ) doet ge daar drie uur over. Als alles vlot gaat…. Maar vlot en rijden gaat in Roemenië niet tesamen hoor…. Dus pas vijf uur later waren we terug in Slatina. Tegen acht uur dus. Alweer een dik uur in het pikkedonker gereden. En ginder is zwart nog zwart. Zo in de zin van “geen hand voor uw ogen zien”. Letterlijk. Zelfs als ge met uw lichten op rijdt. Tel daar nog ettelijke tegenliggers met ferme lampen bij, een weg die kronkelt gelijk een krankzinnige cobra en die bovendien om de haverklap voorzien was van wegenwerken en verkeerslichten en ge snapt dat we op ‘t einde van de rit weeral redelijk op ‘t einde van ons Latijn waren.

Dat was onze laatste offroad dag trouwens.

De dag erop begon onze vijfdaagse terugreis, over Hongarije, Kroatië, Slovenië, Italië, Oostenrijk en Duitsland.

Met tegenzin terug naar huis

Blackbert vertelt:

Op weg naar Petrosani dus. weg in erbarmelijke staat, maar zo is er meer tijd om ‘t landschap te bewonderen.

Image

Buiten kerken van allerlei strekking hebben ze daar ook flatgebouwen.

Image

Vulcan, industriestadje in een valei, de weg loopt uiteindelijk dood.

Image

Je kan wel over de bergen op onverhard, maar dan moet je de juiste vinden natuurlijk. Juist of niet, ‘t is wel fijn rijden.

Image
Image

Sinds ik hier door die foto’s ga bekruipt mij steeds meer het gevoel dat ik terug moet, dat ik het juiste spoor moet gaan zoeken. De weg naar Lindenfeld, via Ilova tot op de Tsarcu geraken en hier, van Vulcan naar Baile Herculane, ‘binnendoor’. Een maand eerder op ‘t jaar, tentje en eten mee, en blijven gaan tot ik ‘t gevonden heb. Van het ene natuurwonder naar de volgende oude constructie.
We haasten ons dus terug uit de vallei en vatten de lange rit naar Slatina aan. De weg is slecht, de omgeving weerom schitterend. ‘t Is zondag en op zondag komen de mensen hier buiten. In elk dorp waar we doorrijden lopen de straten vol, wordt er gegeten en gedronken, staan er hier en daar kraampjes. We waren al een beetje gewend aan kinderen die zwaaien of dichterbij komen met uitgestoken hand, voor een ‘low five’. Maar toen, in dat ene dorp, bovenop het zwaaien van kinderen en tieners horen we ze roepen en juichen, alsof we … ik weet ‘t niet. Daarom ook wil ik terug. Om meer tijd te nemen om te stoppen in zo’n dorp, de mensen te ontmoeten. Waarom werden die mensen zo lang verdrukt en op de rand van de afgrond gebracht door hun eigen leiders. Ze verdienen veel beter.

En ze moeten dringend leren rijden. Vanaf Baile Herculane zitten we terug op de E70. De weg slingert een berg op, vrachtwagen op kop. Bijna donker, maar ik stop toch even voor een foto, haal de anderen wel weer bij. De eerstvolgende bocht is een lange blinde rechtse, met een hele rij tegenliggers. En 1 idioot op mijn rijvak die ze allemaal wil inhalen. Verderop zijn er regelmatig werken, beurtelings verkeer. wachten dus, we zetten ons vooraan. En op ‘t moment dat je dat licht voorbij rijdt komt er zich nog doodleuk een bestelwagen tussenwringen. Of net voor het groen wordt vliegt er een auto langs de rij … Maar we halen het, en morgen zijn we weg.

Meer wereldse zaken, zoals familie en werk, kunnen niet “on hold” blijven staan, ook niet voor ons. Terug naar het westen dus, maar met een omwegje. Wegens geen zin 80€ af te dokken voor een paspoort om 200km door Servië te mogen rijden, gaan we errond.
Grens Roemenië – Hongarije, late namiddag. Na ‘t wisselen van wielen/banden, het laden van de soepbus en tot ziens zeggen waren we rijkelijk laat op weg. Misschien ook wel met wat tegenzin.

Image

Net na donker vinden we een hotelleke in Baja. geen kamer voor 3 meer, maar ze hebben een appartementje, voor dezelfde prijs. viel wel mee, uiteindelijk.

Image
Image
Image
Image

Ondanks de keuken zijn we toch uit gaan eten, voor het ronde totaal van 28€, en dan had hij de wisselkoers nog naar boven afgerond.

Image

Hier is er geen vignet nodig voor de snelweg. Aangezien het hier ook zéér plat is gaan we die nemen, tot aan de eerste heuvels. Splinternieuw, redelijk leeg, en met tolkabientjes. Soit. De gravelweg ernaast ziet er goed uit, maar we hebben een afspraak in Zagreb, vanavond, gaaaz dus.

Image

Osijek, (10x zoom aan 120) Net als in ‘t zuidelijkere Vukovar moet het hier niet prettig geweest zijn, tijdens de oorlog.

Image

Bij Dakovo van de snelweg af, en door de heuvels richting Pakrac

Eerst lijken de dorpen erg op die in Roemenië en Hongarije, eenheidsworst op een rij.

Image

Stilaan wordt het meer open, individueler

Image

Pozega: niet mis, de missen ook niet, prima pizza.

Image

Buikje vol, zonneke op de bol, slingerend asfalt, niks aan de hand.

Image

In ‘t vorige dorp leek er iets ‘anders’ te zijn, veel recente huisjes, allemaal dezelfde. In ‘t volgende viel er nog iets op.

Image

Nog voor we Pakrac bereikten was de vakantiestemming verdrongen door een minder prettige gedachte. Beelden uit oorlogsgebied zien is 1 ding. Ze zelf kunnen maken, al is het 17 jaar na de feiten, is toch iets anders.

Image

Mooi, niet?

Image

Wacht, even omdraaien.

Image

Het monument herdenkt en legereenheid. Het bordje waarschuwt voor mijnen…

Muug vertelt:

Bon,

gasten,

ik denk dat dit de langste reistopic aller tijden aan het worden is. Althans op dit forum.

Maar mooie liedjes duren niet lang (hoewel…) dus er mag hier ne keer een einde aan komen.

Vandaar dat ik de laatste dagen van onze reis, de terugreis, hier efkes fotogeniek ga neerzetten. De helft van de lol gaat ge wel mankeren, we hebben niet van àlles foto’s genomen, hoewel…. , maar da’s uw eigen fout, ge had maar moeten meekomen. We zijn trouwens al in onderhandeling met Ewan McGregor, diene zijn filmploeg en al zijn secretaressen zijn te huur, dus over onze volgende reis gaan we een tiendelige dvd-reeks uitbrengen (één interessante dvd, de rest bloopers…)

Allez hop, we beginnen eraan :

Deze foto is getrokken enkele uren nadat we die met kogelgaten besproeide dorpen waren doorreden. We staan hier op de hoek van een parking van een grootwarenhuis. Zoals u ziet maken ze hier nog gebruik van duidelijk verstaanbare woorden, en geen eufemismen. Een grootwarenhuisketen heet hier dus gewoon “Konzum”. Kwestie van goed te verstaan wat de bedoeling is. Den Blackbert is druk bezig te bellen of te smssen met ne Kroaat van Zagreb, enen die ‘m leren kennen heeft via het Adventure Riders-forum. Bert zit daar meer op dan op zijn WC (op dat forum bedoel ik…)
Het was hier zo staande dat we trouwens tot de interessante ecomonisch-sociologische constatatie kwamen dat de kloof tussen arm en rijk hier veel kleiner was dan in pakweg Roemenië. Ginder zag je stokoude Dacia’s naast de nieuwste Audi A5, hier zie je enkel goedkope middenklasse wagens zonder opties… iedereen even rijk dus, of even arm, één van de neveneffecten van die duistere oorlog van nog niet zo lang geleden.

Image

Na een toch weer behoorlijk lange rit komen we alsnog in Zagreb aan. Dit is dus de skyline van Zagreb.

Image

Ginder was er via internet een kamer gereserveerd. GPS bracht ons feilloos tot bij het hotelleke. Dat geen plaats meer had want Bert was één dag te laat geweest met zijn confirmatiemail. Duh, onze KTMs hebben geen Wi-Fi zenne ! Dus efkes in de GPS gekeken naar hotels in de buurt, ge kent dat wel. Efkes gokken, dan efkes verkeerd rijden en dan waren we er. Het Zagreb-hotel. Een oud beest van uit den tijd dat Communisme nog een schoon edel woord was. Kleine kamers, toch voor drie motards…. Cotthem’s neus ergens ter hoogte van mijn tenen, en zijn tenen lagen ergens ter hoogte van de badkamer… Bert daarentegen zat met zijn tenen omzeggens in de kast…

Image

Hier een fotoke van de receptie. Geef toe, dat riekt naar documentaires over vervlogen tijden:

Image

Op de volgende foto ziet ge het snoetje van Damir, de Kroaat. Systeemingenieur die just bij MickeySoft getekend had. De avond ervoor was hij naar ons hotel gekomen en had hij ons naar een grillrestootje geleid. Cotthem en ik op de KTM, Bert ook, op de zijne.

Damir op een Bemeweke. Damir was een braaf manneke, maar wel ene met straffe verhalen. Was al in Rusland per moto op reis geweest en zo. Hij verstond die taal en sprak ze ook een beetje, en da’s blijkbaar toch een goeie troef voor als ge naar ginder wilt gaan en niet in de zak gezet wilt worden. Afin soit, na het eten zijn we dan naar het centrum gereden, hebben er wat gedronken, gestaard – alweer – naar de godverdomd schone vrouwen en meiskes die er daar rond fladderen (waarom vindt ge in een stad toch altijd zoveel meer schoon vrouwvolk dan op den buiten?) En dan zijn we gaan maffen. Was echt wel nodig….
De foto is trouwens ‘s ochtends nadien getrokken, op het terraske waar Damir vaste klant was. Daar heeft Bert de plannen en de route om Kroatie uit te rijden besproken.

Image

Bon, moest er iemand zich afvragen waarom de Katholieke kerk altijd minder en minder volk trekt, wel, dan ziet u het hier het antwoord:

Image

(spoiler : het antwoord staat geheel onderaan deze post)

Een tijd later passeerden we dan de grens met Slovenië. Zoals gewoonlijk moesten we daar onze pas tonen. Kwestie van te controleren of we met onze helm op, met onze helmmuts op, met onze zonnebril op, met onze baard van drie weken, wel geleken op die pasfoto…. Gelijk hoe, hier was er dus voor den eerste keer ne slimmen douanier die snapte dat hij dat beter kon controleren als we onze helm afzetten…

Slovenië is klein Oostenrijk. Of nog : Oostenrijk maar dan zonder de kommerz. Dus wél schattige huisjes, mooie tuintjes, toffe wegen, besneeuwde bergen om Leo! bij te roepen…. maar godzijdanknogantoe zonder de kotsverwekkende massatoerisme-georiënteerde souvenierwinkelkes waarmee elke Oostenrijkse straat mee geplaveid is.

Enige foto’s om die bewering te staven:
Dit was bijna het eerste gebouw na de grenspost met Slo. Da’s duidelijk een teken dat ze beschaafd zijn. En weten wat Westerse luxe is.

Image

Riep iemand “Dit is precies Oostenrijk!”?

Image

Nog eentje:

Image

en nog ne skyline:

Image

Ook hier is WO2 trouwens gepasseerd: Kobaric.

Image

Allemaal de hoed of pet afnemen en nederig het hoofd buigen aub.

Image
Image

En dan wordt het weer tijd voor iets ludieks. Op een gegeven moment stuurde reislijder Blackbert (Zwarten Blakkie) ons door dit natuurpark:

Image

Het werd oa gekenmerkt door prachtig blauw water dat kolkte doorheen prachtig uitgesleten kloven:

Image

Maar den Bert moest dit lyrisch schouwspel natuurlijk weer verbrodden met zijn amateuristisch toneelspel. Ziehier zijn performance van aangespoelde en uitgehongerde schipbreukeling:

Image

Maar dra had hij alweder een andere rol te spelen, rarara, welk soort vis hij hier imiteert!

Image

Kan iemand mij dit verkeersbord uitleggen aub? Ik versta geen sloveens.

Image

LEEEEEEEEOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOO!

Image

U ziet hier nummer 42. Ze beginnen bij 50 en eindigen bij één. Rare manier om haarspeldbochten te nummeren zeg ik u.

Image

Wat natuurschoon:

Image

Het moet gezegd, het heeft enkele minuten geduurd eer ik doorhad dat dit de naam van de Col was…

_DSC0477.JPG

Trapke op?

Image

Jawel, naar een Russische kapel, opgebouwd door Russische krijgsgevangenen, in WO-1, ter nagedachtenis van enkele honderden collega’s die onder neerstortend puin waren omgekomen tijdens het verbeteren van die bergpas.

Image
Image
Image
Image
Image

En na die afdaling was het weer tijd voor een ludiek moment. Deze oranje kwibus was dolenthousiast een autostradeoprit opgedraaid. Na 200m viel het hem op dat zijn collega’s hem niet volgden. De langzaam vallende euro raakte toen pas bodem: Blakkie had gezegd dat ze nergens autostrade gingen oprijden. De oplossing? Goed uit uw doppen kijken en dan tegen de richting in terug naar de uitgang van de ingang rijden…

Image

Opnieuw een zeer typerend beeld voor dit avontuur: een pas die we niet kunnen bereiken… deze keer in Italië. Nu, zo’n bordje houdt ons normaal niet tegen, maar we hadden net een landrover vol carabinieri naar boven zien rijden…

Image

Dan maar via een lange lange omweg naar de Grosglochner, een oerklassieker waar menig huisvader met zijn kroost naar toe is gereden. Ginder héél vanachter om de hoek ziet ge een stukske.

Image

Hier heb je een overzichtje van die smeltende Dame Blanche.

Image

Tegen dat we dien berg over waren (jaja, KTM kan über alles !) was het natuurlijk weeral pikkedonker. Cotthem heeft op die reis eigenlijk niet zoveel gezien.

‘t eerste en ‘t beste hotelleke dat we tegen kwamen had gelukkig kamers vrij. Bärenwirt was de naam, en dat was precies zo heel toevallig een heus motorhotel. Mét volledig uitgeruste motorkamer (afin, garage)

Image

Die vage vertikale vlek is trouwens één van de betere performances van den Bert

Ziezo. En de dag erop was het autostradedag. Oostenrijk uit, Duitsland in. Autostrade op, autostrade af. Tegen elf uur ‘s avonds waren we ter hoogte van Brussel. En natuurlijk was het aan ‘t zeikregenen…. Home, wet home….





spoiler : omdat de mensen het verdekke beu zijn om altijd weer dien berg op te stappen tiens!

Nog wat foto’s van Blackbert:

Image
Image

Dat bordje? Opgepast, na de volgende 8km zijt ge zo draaiachtig dat ge spontaan van uwe moto kunt vallen.

Die 8km, of toch een stukske

Image

omhoog

Image

omlaag

De omweg.

Image

zo duurt het natuurlijk wel iets langer.

naar de Grosglockner

Image
Image

effe achterom kijken

Image

Blij dat ik erbij mocht zijn, bedankt jongens. En vooral bedankt aan Sr. voor alle tijd en werk die je erin gestoken hebt.
Ik ga nog ne keer terug in die richting, zeker weten.

Achteraf

Cotthem vertelt:

Ik heb al veel meegemaakt. Oorlogen, milieurampen, horror, psychopatische situaties, maar Roemenie was toch wel de schoonste film tot hiertoe.
Het zal al een ferme reis/gezelschap moeten zijn om dit nog te kunnen overtreffen. (Paul Sr, Paul Jr, Bert…aaiiloufjoee)
De werkelijke reis ligt al ver achter ons, de virtuele fotoreis is nu ook gedaan.
Het volgende off-road avontuur(tje) komt langzaam dichterbij.

WALES (March Moon Rally 2010) en gelukkig weer met dezelfde idioten en nog andere pippo’s die ondertussen een vertrouwd gezicht zijn.
Ik kijk er naar uit gelijk een kind naar sinterklaas.

En ondertussen weer dromen en goegelen (en sparen) voor een ander groot reisprojectje.

-Ijsland?
-Noordkaap via off-road langs de fjorden?
-Marokko ?
-Ex-joegoeslavie ?
-Mount arrat ?
-Efkes de ligurische/assieta/sommeleir/parpaillon nog nekeer maar dan rechtstaand
-Spanje/Portugal in nikidc-stijl?
-toerke rond de middellandse zee?
-Tunesi??
-Ardennen?
-Oekra?ne?
-Turkije (het Arabische deel dan)?
-?

Ik heb nog veel plaats op mijn kofferkes voor landstickerkes te plakken.

Paul Sr vertelt:

You rang my Lord?

Ik was vereerd te mogen supporteren = ondersteunen. Jullie hebben niet alleen offroad gereden, maar ook deelgenomen aan het Roemeense plattelandsleven in de streek waar ik me al 22 jaar thuis voel. Het was nog op het oude forum denk ik dat het magische woord “Roemenië” me deed reageren: “daar wil ik bij zijn”.
Heel knap waren de nieuwe stafkaarten van de ruime streek opgesteld door Enduromania, met hoogtelijnen, een coordinatenraster per minuut, en de al dan niet weggespoelde pistes, paadjes, keihopen…Met Google Earth en mapsource was het in mekaar knutselen van de routes heel plezant, af en toe een waypoint moest volstaan als ge de piste vlot op de “satelietbeelden” kon volgen. Mijn raadgevers had ik zorgvuldig gekozen: boswachters, houthakkers, herders uit de wijde omgeving. Toen we in april enkele routes te voet checkten, waren toch wat paadjes onbegaanbaar… De raadgevers lachten het weg: hier vliegen ze over….ze hadden er al genoeg hard-enduro/trialisten zien passeren… Ocharme: met KTM’s en Tenere’s van 200kg ging het moeizaam. Op sommige plaatsen waren de paadjes vermenigvuldigd, en was navigatie niet eenvoudig. In oktober is het ook vlug donker in het bruine beren bos…
Elke avond was het al pikdonker als een gegrom uit de bergen hun aankomst in het dorp vooraf ging. Poeh, doel niet bereikt, niet te doen, maar wat een mooie rit, morgen langs een andere kant het spookdorp Lindenfeld proberen te vinden.

Ik had de routes veel te lang gemaakt,, beter geschikt voor die lichte enduro’s. Maar ze konden zich perfect oriënteren, de rit inkorten, en ze waren nooit “verloren”.

Bert, Vanja, Paul, als ge terug die richting uitgaat…, laat een seintje! Mogelijk ben ik juist daar als jullie aankomen.

THE END