More

    Offroad op ontdekkingsreis in de Frans-Italiaanse Alpen

    Muug vertelt:

    Samengevat

    Wel, eigenlijk kan ik het heel kort houden. Deze cols hebben we in 2013 op ons lijstje aangevinkt. De vetgedrukte zijn offroad cols.

    Dag1:
    col de la Savine
    col de la Faucille

    Dag2:
    col du Mt Sion
    col du Collet
    col des Glières
    col des Aravis
    col des Saisies
    cormet d’Arêches

    Dag3:
    col de la Madeleine

    col de Chaussy
    col du Galibier
    col du Lautaret
    col de Granon

    Dag4:
    col de Montgenêvre
    Colle l’Azzara
    Colle Vaccera


    Dag5:
    Varaita Maira

    Colle Sampeire
    Maira Stura
    Colle Esischie
    col de la Lombarde

    Dag6:
    col de la Moutière
    col du Parpaillon
    col de la Cloche
    col de Valbelle
    (col de Chérine)
    col de l’Echelle

    Dag7:
    Pnte Someiller
    Mnt Jafferau


    Dag8:
    col du Mnt Cénis

    col de l’Iseran
    cormet d’Arêches

    Dag9:
    col de la Forclaz
    col de l’Arpettaz
    la Croix de Fer
    col des Aravis
    col des Glières
    col du Collet
    col du Mnt Sion
    Col de la Faucille

    Dag10:
    col de la Savine


    Ziezo.
    Nu enkel nog wat fotootjes in veel te klein formaat en daarmee is de kous ook weer af.

    ….

    ….

    ….

    ….

    Grapje!

    Wat vooraf ging

    Blackbert vertelt:

    2 kwieten
    2 übermoto’s
    4 Magadantassen
    10 dagen
    2 keer uitgeregend
    3139km ver
    2992m hoog
    729km/dag (de langste)
    100km per dag (de mooiste)
    oh yes! : 4
    oh fuck! : 3

    Muug vertelt:

    Dag 1 :

    col de la Savine
    col de la Faucille

    Blackbert en ik hadden op het welbekende benzinestation in Wavre afgesproken rond 9u30, dus er was ‘s morgens nog tijd genoeg voor een propere foto. Ergens is het nog een wonder dat mens en moto tijdig klaar en in orde waren.

    Image
    Klaar voor het grote avontuur!

    Want het was allemaal nog al “strak” georganiseerd bij mij. Van 3 t/m 18/8/2013 was ik met het gezin op reis, 19 en 20/8 was het werkendag en de 21ste was het dus tijd om met Bert op avontuur te gaan. De bagage moest dus ergens in juli bij elkaar geschraapt worden en de moto moest toen ook weer up and running zijn want ‘s avonds de 19de moest ik nog naar een osteopaat en de 20ste ‘s avonds moest ik nog bloed gaan geven. Beke drukskes toch.

    Om het allemaal nog wat spannender te maken bleken mijn nagelnieuwe Magadan-zadeltassen begin juni plots over een tiental gaatjes te beschikken, gaatjes die er eerder zeker niet waren. Het raadsel is nog steeds niet opgelost, maar het vermoeden gaat richting bepaalde kleine viervoeters die hier ten huize rond plachten te waren en die ‘s avonds graag op onze schoot liggen….

    Afin, een week later zaten er in de brievenbus twee nagelnieuwe binnentassen, supersnel en supervriendelijk geregeld door de mannen van AdvSpec. En die ouwe tassen ga ik deze winter ne keer repareren met een rustinneke of tien zie. Dat kleine apertief-avontuurtje was niet het enige… in juni bleken mijn bestelde remschijven niet even groot te zijn! Wat mails en drie weken later was dat euvel gelukkig recht getrokken.

    Die met een scherp oog voor detail zien dat er nog iets fundamenteel “anders” is. ‘t heeft met het motorpakske te maken. Er is een spreekwoord dat zegt “het geluk is met de dommen”, maar da’s hier eigenlijk helemaal niet van toepassing. Een ander spreekwoord zegt “Zoekt, en gij zult vinden”. Da’s al meer toepasselijk, hoewel er eigenlijk niet bijstaat hoelang ge eigenlijk moet zoeken. Maar “geduld is een schone zaak”, zegt een ander gezegde. Dus als we die drie uitdrukkingen wat tijd en boterhammen geven, dan is de kans groot dat nen dommerik dus vindt wat ‘m zoekt: zijnde een BMW RallyePro 2-pak in 1) de goede maat en 2) nog een jaar in garantie en 3) aan minder dan de helft van de nieuwprijs en 4) in de Vlaanders ! En jawel, eveneens ergens in juni ben ik dat gaan passen en afhalen. En na tien dagen in de rook van Blackbert te staan kan ik zeggen : ‘t is een goed pak!

    Een foto van twee moto’s in Wavre is niet interessant, dus zullen we maar meteen twee schone posten van de Mont Blanc. Ene “puur”, en ene met nog iets oranje op. Neen, geen appelsien.

    Image
    De Blanke Berg recht vooruit.

    Ja, ge kunt stellen dat de lucht redelijk zuiver was die avond.

    Image

    Om tot daar te geraken (een bekend uitkijkpunt ergens halverwege de afdalling van de Col de la Faucille) hebben we een route gereden die de Romeinen in 3000 voor Christus al reden : langs de E411 naar Luxemburg, tanken in het 2de naftestation, doorstomen over ottoroet tot in Nancy en dan via nationales en die Col de la Faucille tot in Gex. Da’s een 700 km enkel en da’s goed te doen op een rustig dagje. In Gex is een leuke camping, Les Génets, waar het leuk kamperen is.

    Camping Municipal de Gex. Niet de eerste keer dat ik hier overnacht.

    Jawel, dat is dezelfde camping waar ik een aantal jaar eerder al stond, toen Koppel! en ik voor de eerste keer naar de Ligurische Alpen afreisden.

    Stilte alstublieft

    Dag 2

    col du Mt Sion
    col du Mt Sion
    col du Collet
    col des Glières
    col des Aravis
    col des Saisies
    cormet d’Arêches

    Col du Collet is een tof klein colletje, bereikbaar via een toffe medium-kleine asfaltweg, met lekker veel haarspeldbochten, midden in een bos. Dus bij zonnig weer nogal veel zwarte schaduwplekken. Goed op je eigen kant blijven is dus aangewezen. Boven op de col aangekomen stond er een groot plakkaat met daarop nogal geheimzinnige taal: geen handel drijven, geen lawaai maken, de serene stilte van de site respecteren, stapvoets rijden en zo meer. We waren vrij curieus kan ik u zeggen.

    Maar dan begin je af te dalen en voor je het weet rij je een weidse vallei binnen, en arriveer je aan een megagrote parking met daarop een uitzichtpunt en een hele hoop documentatieborden. Col des Glières alstublieft. Onze eerste “onverharde” pas van deze reis.

    Hier een sluis naar een andere dimensie.

    Image
    Memoire du Maquis

    (pssst, da’s dus het Memoire du Maquis te Glières, hier zijn in WO2 (natuurlijk) mottige dingen gebeurd die best niet vergeten worden. De vallei is dus een eerbetoon aan de slachtoffers van toen, wat meteen ook het verwittigende bord verklaart.

    Hier een zicht op de piste, langswaar bordjes staan opgesteld met weetjes over hetgeen in die trieste periode is gebeurd. Veel wandelaars hier, dus geen stoere dingen doen.
    Zicht naar rechts (van waar wij kwamen)

    Image

    Zicht naar links (waar we naar toe moeten):

    Image

    Vorige twee foto’s werden genomen vanaf de herberg midden in de vallei. Je kan er wat eten, wat wij ook gedaan hebben :

    Image
    Zo lekker als het er uit ziet!

    Nog een mooi detail van een dakje :

    Image

    En nog een Blue Beauty :

    Image

    Daarna reden we luchtig verder, langs een subliem strak afdalingkje met nijdige speldjes en hobbelig asfalt. En een paar verschoten paarden in de binnenbocht ook nog, juist…

    Blackbert vertelt:

    Andere scherpe ogen zullen gezien hebben dat er tussen ons en de Mont Blanc nog iets in de weg lag: Lac Leman en Genêve. We wilden in geen van beide terechtkomen, dus werd een ommetje geregeld. eerst naar ‘t Zuiden, dan naar ‘t Oosten, waar ik over dat Plateau de Glières wilde, omdat ik daar lang geleden met de ZZR eens overgehobbeld was, omdat het mooi is, en omdat het eigenlijk de kortste weg is naar de echte bergen. Sinds mijn laatste passage hebben ze er duidelijk werk van gemaakt. Vandaar dat ik ‘t verhaal nog niet kende.

    Image

    Bij die sandwich wordt ook de kaart geraadpleegd. Albertville laten we vallen, we gaan recht omlaag via Arêches, wat eigenlijk de terugweg zou zijn. Plannen dienen toch om van af te wijken, right?

    Image

    is dat daar een waterval?

    Image
    Eerlijk, ik zie ze ook niet.

    Muug vertelt:

    Col Des Aravis en Col Des Saisies zijn asfalt, wat in Frankrijk altijd big fun is. Maar daarvoor waren we niet gekomen. Dus begin ik maar meteen over Col d’Arêches.

    Al roetsjend over de twee vorige cols, cruisend door de dorpjes Beaumont en Arêches kom je haast automatisch aan het Lac de Saint-Guérin, een verdomd mooi stuwmeer. Maar daarvoor waren we niet gekomen. Dus we slaan meteen linksaf, de berg op. En jep, zonder asfalt, de tweede keer offroad dus.

    Wegens een nog steeds harde bandenspanning en een vering die nog niet helemaal “toppie” is afgesteld, stuiter ik meer naar boven dan ik rijd. Dat gevoel zal later wat beteren als we de banden wat ontspannen. En nog later, als ik alle dempingen twee klikjes “losser” zet, zal de motor geheel in harmonie komen met de vele harde ruwe pistes. Maar da’s voor later. Eerst die “Cormet d’Areche“.

    Van ginder aan ‘t water komen we :

    Image

    Naar ginder moeten we:

    Image
    Image
    Image

    Na die Cormeche bereiken we al gauw weer de grote baan in Aime. We schieten ons de N90 op richting Moutiers maar na een tijdje zien we een moto in panne langs de kant staan. Platte band. Dat zie je meteen. Zeker bij zo’n brede achtersloef van een BMW S1000RR ! De kerel stond al meer dan twee uur te wachten op de pechdienst. Het was dan ook geen wonder dat hij ons flesje water met plezier aannam. Het was rap leeg ! We hebben wat met hem staan kletsen en na een half uurtje kwam de pechtdienst toch nog langs. En wij konden weer op weg, blij met onze goede daad.

    We arriveren dan wat later in Brides-les-Bains, waar volgens de GPS een camping is. Dat klopt inderdaad, maar heel erg happy waren we niet echt met de toegewezen plaats, nl. op een hobbelig stuk harde grond onder een grote boom. We persen onze tentjes dan ook tussen een tent links en een Hollandse auto rechts. Toffe Hollander trouwens, zelf een echte bergrotswandbeklimmer, dus best gewend om met gevaar om te gaan. Had helaas ooit een goede vriend verloren tijdens een motorrally in Zuid-Amerika, daarbij vrouw en twee kindjes achter latend.

    Image

    ‘s avonds eten we een lekkere pizza in de gezeliige hoofdstraat van het dorpje. En daarna: dodo !

    Bad luck day

    Dag 3:

    col de la Madeleine
    col de Chaussy
    col du Galibier
    col du Lautaret
    col de Granon

    Dag 3 was achteraf bekeken niet echt zo’n fijne dag. Het begon al ‘s ochtends. Vol goede moed sprongen we op onze moto’s en stoomden we naar het begin van onze eerste off-road rit van de dag. Het doel ervan was om off-road naar Col De La Madeleine te rijden. Al gauw kwamen we in Fontaine-Le-Puits aan waar we maar één richting uit wilden: omhoog. Alweer kronkelden we dat het een lieve lust was en al gauw vonden we het goede wegje. En al gauw was het gedaan met de pret. Na een goeie 500 straffe meters stond er een verkeersbord ons ferm dik uit te lachen. Gezien de strenge reputatie van de groene en blauwe boskabouters-met-kepi konden we niet anders dan terug te bollen naar de vallei. Wat stom dat ze dat bord niet gewoon beneden hadden gezet.

    Image

    Image
    Afin, dan maar gewoon “on-road” naar Col de la Madeleine, even goed big fun, maar daarvoor waren we natuurlijk niet gekomen. Kijk, van ginder boven hadden we dus kunnen komen, hadden we gemogen.

    Image
    Goed, next big thing was de Col de Chaussy. Die deden we dus van boven naar beneden. Wel mannekes, da’s ene om U te zeggen. Spaghetti ligt doorgaans minder kronkelig op uw bord dan deze reeks haarspeldbochten. Als iemand wilt weten waarom ge op een rij-examen achtjes leert draaien, met het stuur tegen de aanslag, achterrem lichtjes slepend, en de moto zover mogelijk naar binnen gedrukt, wel: dààrvoor. MACHTIG gewoon.

    Image
    Nog enkele fotokes van onderweg:
    Image

    Image

    Image

    Volgende col was de Galibier, maar als ge met Blackbert meegaat, dan moet ge snappen dat ge niks normaal doet. Dus we gaan toch niet zomaar efkes over de D902 naar Valloire zekers. A ba neent! Scherpziende Adelaar had met zijn adelaarsblik gezien dat er een stippelijntje liep tussen Albannette en Le Villard, wat op zijn beurt dan weer een asfalten toegangsdeur is naar Valloire. Zo gezien, zo gedaan. We verlaten Albannette en al gauw zitten we op een prachtige steenpiste, behoorlijk goed rijdbaar, maar ons instinct zegt toch dat het er niet al te pluis is. Da’s hier precies een weg die door een niet-zo-oude steenlawine ploegt !

    Image
    Google Maps geeft ons precies een beetje gelijk.

    Afin, op ‘t einde dat pad kwamen we aan een lange slagboom die op slot was. Een chance dat we er met onze moto’s nét naast konden. En toen zagen we het: de piste die we net achter ons hadden gelaten, was verboden terrein voor iedereen en alleman, zelfs gewone brave voetgangers, om één simpele reden : lawinegevaar !!!! Hm, langs de kant van waar wij kwamen stond er niks, zeker weten…

    Na deze tegenslag moesten we ons ook nog door Valloire wurmen. Wurmen, jawel. Want er waren niet alleen een paar duizend “standaard” toeristen die zich liepen af te vragen wat ze daar nu eigenlijk deden, er waren daar ook een paar duizend Jeeps, Landcruisers, LandRovers, 4×4-vrachtwagens en 6×6-trucks en alles op minstens vier wielen dat een béétje gepimpt is om een kernoorlog te overleven. In-druk-wek-kend, het moet gezegd. Lijntje naar de affiche van het “event”. Neen, we hebben er geen foto’s van, veel te veel haast om daar weg te geraken.

    En dan, enfin, de Galibier. Lange aanloop, relatief steil, veel coureurs, redelijk veel van die 4×4’s en een strakke koude wind. Weg van hier ! Dan rappekes de col du Lautaret gedaan, maar als ik me niet vergis was daar ook niet veel over te vertellen.

    Als laatste off-road col was de Col du Granon ingepland. Bedoeling was dan om rond Briançon een camping te zoeken. De vraag was eerst: “gaan we het ons riskeren?”. Want het zag er ginder boven toch maar behoorlijk zwart uit. Maar bon, we zijn dan toch maar naar ginder gegaan, al was het maar om te zien hoe hard het daar zou regenen…. Het begin was alleszins “great”. Vlotjes bromden de übermoto’s omhoog langs alweer een hele sliert haarspelden. De ene zwalpende coureur na de andere werd genadeloos aan zijn lot overgelaten. Eindelijk kwamen we boven, een grote parking, een viewpoint met oriëntatietafel, wat bergpaadjes links en rechts… Aan het eind van de parking moesten we zijn, we rijden er naar toe en LAP, alweer een bord “verboden toegang”, deze keer wegens militair domein.


    Image

    Hoeveel lelijke woorden er door het Blackbrein gingen zal ik wel nooit weten, maar de rook van sigaretten vormde onbewust doodshoofdjes, zoals in de stripverhalen…

    Image
    Nog twee sfeerbeeldjes van de donkere wolken aan één kant van de vallei:
    Image

    Image

    Maar afin, de dreiging van in beslag genomen moto’s was té sterk aanwezig om zomaar efkes een militair domein in te rijden. Rechtsomkeer dan maar … (detail: in het gras lagen grote pakken hagel, dus ‘t moet daar kort geleden ferm geonweerd hebben)

    Aangekomen in de vallei ging het dan rap naar Briançon, waar we tankten en een uiterst stille camping vonden. Wel een pak te ver van het centrum om daar iets te gaan eten. Maar goed dat we een baguette en een sossis bij hadden. Samen met een MinuutSoepje op het campinggaz-vuurtje was dat een érg lekker maal. En jawel, zo donker was het.

    Image
    Tja, en dan was het tijd om te maffen zeker?

    Blackbert vertelt:

    Je hebt voorbereiden en voorbereiden. Nadenken doe je, wel na-dien.

    Gelukkig is de Google Streetview-mobiel nog niet overal geweest. Dat je langs de achterdeur de Madeleine op- of afkon aan de zuidkant wist ik al. Dus efkes zoeken naar een zijdeur aan de noordkant. Hoe cool zou ‘t zijn om pal op de top van die steenpiste af te komen, recht dat chalet binnen.

    Bovenop Madeleine. Schoon speelgoed op de voorgrond, Opbouwende wolken op de achtergrond.

    Image

    Daarboven staat trouwens geen enkel pannekoek-bord.

    In Valmorel wel, zag ik digitaal, dus moeten we eerder een piste zoeken. Als ‘t toch niet lukt, 15km terug en de ‘voordeur’ van Madeleine binnen is ook geen ramp. Maar ergens blijft wel ‘t gevoel hangen dat ‘t gewoon zonde is. Infrastructuur die niet mag gebruikt worden.

    De zuidpiste is tof.

    Image

    Niet te moeilijk, niet echt lang eer ‘t weer asfalt wordt, maar dan: eigenlijk kom je op de rand van ‘t plateau uit en kan je niet omlaag de vallei in. Behalve als een verzakking in de ‘muur’ benut wordt om een smal kronkelbaantje met 17 haarspelden op goed 2 km naar beneden te slingeren. D77B heet het en het is bijna niet op foto te vatten van op de grond.

    Bochtje 10

    Image

    Bochtje 11

    Image

    De volgende ‘vondst’, Albannette – Le Villard, was eigenlijk ook niet lastig, maar op dat ene stuk, zeer mooi ruig, kreeg je toch dat gevoel: ‘ik hoop dat alles hier links en rechts blijft waar het is. Rustig met die Akra’s, niks uitlokken’.

    De danger zone. Tussen Paul en mij.

    Image

    De Galibier blijft een mooie ruwe berg.

    Image
    Image

    Alleen de verkeersregeling waar tunnel en toproute weer samenkomen zuigt een beetje.

    Image

    En natuurlijk het feit dat de piste die net zuidelijk van de top vertrekt tot in het dal in een natuurpark ligt en alleen met geitenwollensokken …. je kent dat wel. Zelfs de netels en de muggen zijn daar beschermd. Het zicht op een paar bijna-4000-ers maakte ‘t een beetje goed, waarbij opviel dat er nog veel sneeuw ligt dit jaar.

    Col du Granon, dikke afknapper voor mij. Gefaald. Slechte voorbereiding. Wikiloc. Alpenrouten.de, Michelin. Misschien had ik m’n track nog van ergens anders, maar ze bevestigden allemaal dat je erover kon, net naast de militaire zone. En toen stonden we daar, en zag ‘t ernaar uit dat het niet kon. Oh Shit 1.
    Inzoomen op de wikilocmap bevestigt wat ik toen aan m’n water voelde: die rode half overgroeide vettige kronkel rechts vanop de ‘parking’, dat is ‘m. Anyway, ‘t weer zag er zeer onstabiel uit, de zon zakte snel, blabla, terugdraaien dus. Bugger.

    Muug vertelt:

    Hm, dat zag er behoorlijk ongebruikt uit eigenlijk.

    Sterker nog, gesteld dat we het over hetzelfde hebben, dan ziet die vettige kronkel er op de zattelietbeelden van Google Maps en op die van Viamichelin.be (een pak scherper hier) heel erg doodlopend uit. Volgens mij hebt ge daar een Freeride of een MTB met dikke kuiten en een goed gevulde Camelbak voor nodig. (aja, ik zie trouwens dat het een VTT-trail is)

    Blackbert vertelt:

    Yup, ‘k zie ‘t ook. Dead end. En toch. Het avontuur. Het gesukkel. De ontbering. De verhalen vanuit de gipskamer. De Oekraïense verpleegsterkes.

    Ook wel straf eigenlijk, die D234 loopt mooi door, ware het niet dat die soldaatjes dat bord daar neergepoot hebben.

    Ze next day: Italy.
    Ze next day is ‘t zaterdag, dus geen Assietta/Finestre. Niet zo erg eigenlijk, je komt daar zelfs met een BMW Z4 over.
    De N94/SS24 dan maar, en ge voelt u direct thuis. Te Veel, Te Traag, Te Sukkel. Gelukkig mochten we er redelijk snel weer af. Richting ‘t betere werk. Richting Perosa Argentina. Wat stukken beter klinkt dan ‘Beveren, het grootste winkeldorp’.

    Col van de koe

    Dag4

    col de Montgenèvre
    Colle l’Azzara
    Colle Vaccera

    Na een zalig rustige nacht in ons megasupertentje-dat-lekker-klein-opvouwt-zodat-het-in-een-zadeltas-past was het plezierig fris wakker worden terwijl het zonnetje alweer ferm aan het schijnen was. Nog een geluk dat onze tent goed in de schaduw stond, anders waren we zoals vele anderen wellicht al om 7u uit onze tent gebrand. Want heet was ze, die koperen ploert!

    Met een volle tank en maag stortten we ons in de drukte van Briançon, richting Sestrière. Die weg is relatief druk maar er is veel ruimte om al wat te traag is vlot voorbij te rijden. De bochtjes zijn ook lekker positief verkant wat het motorrijden des te plezanter maakt. Moesten we hier wonen, we zouden ons een racer kopen! Het mag ook geen wonder zijn dat we hier een prachtige RC8 tegenkwamen. De tijd vloog voorbij en voor we het goed en wel doorhadden stonden we in Perosa Argentina, het Beveren van Italië (lol). En jawel, ook hier zijn de Italiaanse flatgebouwen zo lelijk dat ze weer erg mooi worden.

    Image

    Na wat heen en weer rijden vonden we de goeie zijstraat die ons richting Colle l’Azzara stuurde. Dat is een ferm colleke dat behoorlijk steil naar boven gaat, met een behoorlijk losse bodem. Enig tempo en goed mikken naar het goeie spoor is dus wel nodig. Missers op deze pas gaan normaal gezien niet zoveel pijn doen, het gaat immers door een bos en er is geen honderd meter diepe afgrond om in te stuiken. Tuurlijk, bomen zijn ook hard. Afin, na een avontuurlijke roetsjbaan bergop arriveren we midden in de wolken bovenop de pas. Of is het mist? Gelijk hoe, het is hier een pak frisser dan beneden!

    Image
    Image

    Boom -> Bert?

    Image

    Koe-koe !

    Image

    Mooi gebouwtje.

    Image

    Op naar La Vaccera, de aangeduide tijd is te voet….

    Image

    Na de nodige kiekjes en wat lebberen aan de fles, gaat het opnieuw naar beneden. Big fun! Op weg naar beneden passeren we trouwens een prachtige woning die geweldig contrasteert met de vuil bepleisterde appartementsblokken uit Perosa Argentina.

    Image

    Wat ze allemaal niet kunnen met wat stenen:

    Image

    Colle Vaccera is de volgende overwinning. Die herinner ik me als een moeilijke maar toch best snelle col. Een groot deel ervan liep bovenop de berg en ging dus niet al te veel bergop. Bovendien was de piste eens niet heel de tijd bezaaid met stenen maar bestond ze vooral uit hobbelige harde aardesporen. Aan 40-60 per uur was het prettig jumpen! Ja, op het einde van deze sprintpiste stond ik toch een tijdje ferm te hijgen.

    Image
    Image
    Image

    Terwijl we stonden uit te puffen passeerde er een groepje mensen waarvan een jonge vrouw ons meteen in erg goed Engels aansprak. Bleek ze zelf een KTM-crosser te hebben en samen met haar man organiseerde ze enduroritten in de streek! Na een paar Choco Princen ging het dan weer naar beneden, naar de grote vlakke vallei, op zoek naar een lunch plekske, en nadien op weg naar ons volgende logement.

    De regenwolken hadden ondertussen de hele hemel gevuld en al gauw moesten we ons regengerief aantrekken. Wij blij dat we het onverharde reeds hadden verlaten! Vervolgens vertrokken we naar onze overnachtingsplaats in de buurt van het Santuario Di Valmala. Onderweg bleken de Karoo3’s van Bert een beetje allergisch te reageren op water, wat natuurlijk minder fun was en niet zo goed opschoot. Nu ja, liever rustig rijden en aankomen dan te rap rijden en… Tegen dat we boven waren, waren onze pakken goed doorweekt. Een camping was nu geen goed idee. Waar zouden we al ons nat gerief moeten hangen? Nu, van de vorige reis wist Bert nog dat het bar/ristorante ook eigenlijk nog een hotel was. Dat stond wel nergens op de gevel te lezen, maar het gebouw was er alleszins groot genoeg voor.

    (foto getrokken de ochtend erop)

    Image

    Zo gezegd zo gedaan, kamer in beslag genomen, vol gelegd en gehangen met droog en nat gerief, de moto’s wat verzorgd en dan was het etenstijd. Pas na drie gerechten hadden we door dat we een complete menu aan het opeten waren… Soit, het was lekker en veel. Amai!

    Image

    Hier nog wat fotootjes van het Santuario, duidelijk een heel bekend bezoekoord voor vele zondagstoeristen, getuige de grote lege parking met verwachtingsvolle parkeerwachter-met-bordje, en de heel uitgebreide souvenirshop die aan de Sans en Santas de nodige financiën moet bezorgen.

    Mind the ghost.

    Image

    Santa Claus is dus een vrouw?

    Image
    Image

    De dag erop waren de rondleidingen met megafoon al lang begonnen toen wij vertrokken, op naar de Varaita Stura.

    Blackbert vertelt

    ‘t is zaterdag. l’Azzara vond ik vorige keer met Trooper al tof, de Vaccera is erbij gekomen. Die zou normaal gevolgd worden door nog 2 ongetegelde cols, maar tijd en weer werkten wat tegen. Na de Vaccera bleek het zo dreigend dat een doorweekte steenpiste zeer reëel zou zijn, onbekend terrein ook, en dus geen goed plan met een moto van dik 250kg, all in. Plan B dan maar, doorsteken naar ‘t begin van de volgende dag, waar we ofwel konden eten in een trattoria en vervolgens de bijhorende camping gebruiken, of gewoon voor ‘t hotel gaan 100m verderop. Het weer zou beslissen.

    Vaccera:

    Image
    Image

    ‘t is dus niet omdat ‘t niet verhard is dat er geen mensen zouden wonen. Het meest gespotte voertuig op de pistes was trouwens met ruime voorsprong de Fiat Panda 4×4.

    Image

    Ik heb dus wel prentjes van de avondlucht in Valmara.

    Image

    Zó dichtbij dat je ‘m bijna kon aanraken. en dat ‘m niet helemaal op de foto kon.

    Daarzo, in dat hotel dat er geen is, tussen al die santa’s en pasta’s door, worden de kaarten nog eens opengelegd.

    In fluoblauw en -groen zien we: Varaita-Maira, Maira-Stura, LGKS, nog wat onbenoemde pistes naar ‘t zuiden, de col Turini, … wat ons 3 dagen zou bezighouden. Daarna nog een dag tot Briançon, en 2 dagen om weer tot Gex te geraken. We tellen op onze vingertjes af en komen tot ‘t besluit dat er te weinig dagen in een week zijn. Schrappen dus. LGKS hebben we al eens gedaan. Da’s 2 dagen gespaard. Een binnenweg naar de Bonnette – Parpaillon?
    Ja, hier: Isola 2000, maar ‘t stukje dat de grens kruist is rood, met een streepje over, dus afgesloten (kaart van 2005).
    Garmin stuurt ons helemaal rond (kaart van 2010)
    Michelin F van 2012 toont een vrij doorgaande weg, col de la Lombarde.
    OK. Ga je dat nog opeten?

    Geduld loont

    Muug vertelt:

    Dag 5:

    Varaita Maira
    Colle Sampeire
    Maira Stura
    Colle Esischie
    col de la Lombarde

    Bij het omhoog rijden vanaf ons hotelleke richting Varaita Maira komt Blackbert stoer aangereden:

    Image

    Vervolgens doet hij stoer verder:

    Image

    Om dan op zijn stoerst te eindigen!

    Image

    Gelukkig is er eigenlijk niks aan de hand. Opstaan, rechtzetten, wat aarde afkloppen en voort richting koeien.

    Image

    Moto beetje opzij gezet voor de beestjes.

    Image
    Image

    Hoe klein is de mens!

    Image

    We zijn echt wel een stofje op deze aardbol! Vind Bert!

    Image

    Viva Panda! Het schetst mooi de relativiteit van ons avontuur.

    Image

    Vet tongzoenen!

    Image

    Zoveel schoonheid, een mens wordt er stillekes van:

    Image

    Het wegje waar je niet in mag gaan, maar wel uit moogt komen?

    Image

    In Elva nemen we de SP104. Ik ben niet katholiek, maar ik kan die madam hier wel appriciëren want de voeten van de “vangrail” waren doorgeroest. Eigenlijk is deze weg enkel voor plaatselijk verkeer, maar daar is het toch wel druk voor!

    Image
    Image

    Lekker etentje, kleine snack, bediend door mooie jonge vrouw die niks anders dan Italiaans sprak, maar die tenminste traag sprak en goed articuleerde. Toppie!

    Image

    Wegens geen toegang tot de Colle delle Preit tussen 9 en 17u en omdat we daar al om half drie stonden, hebben we getracht om via een andere col over de bergen tot in FR te geraken. Via Vivière. Zeer de moeite waard om eens tot daar te rijden en om ginder te gaan wandelen. Maar de weg verloor onderweg zijn asfalt, en nadien werd de weg ook nog een pad…. Balen voor Bert.

    Image

    Dan maar wat gerust en gerookt. Daarna eten en brandstof ingeslagen. Om 17u reden we het eerste verbodsbord voorbij, we konden er aan beginne! Om een paar honderd meter verder een nieuw bord te ontdekken waarop men sprak van een verbod tot 18u! Fatalistisch en grappend over deze scheve situatie maakten we van deze alweer ongewenste pauze gebruik om wat te eten en te drinken. Best handig als je alles zelf mee hebt.

    Om 18u stipt reden we het verdomde hek voorbij. Colle delle Preit dus nu, eindelijk. Groots! Echt de moeite om te wachten. We zijn vertrokken om 18u en volgens dat koninklijk besluit was verkeer tussen 21u en 6u sowieso verboden. We hadden drie uur om die col te doen… En de donkere wolken kwamen dichter, en dichter, en dichter…

    Image

    Zoek Bert !

    Image

    We hebben uiteindelijk 50 minuten gedaan over deze col, met wat gedonder rond onze oren wat maakt dat we niet te lang bleven. Bij mooier weer zouden we er wel een fijne pauze genomen hebben. Of wat trager gereden hebben. In het doorrijden van de vallei richting route nationale zijn we nog eens in onze gore-tex mogen springen en toen we de weg bereikten waren we verzopen kiekens.

    Om de avond af te sluiten zijn we na studie van de diverse kaarten van Bert via colle Lombarde naar Isola 2000 gereden in FR. Het was daarboven ijzig koud en het schemerde al, dus ik heb daar helaas geen foto’s genomen. Bert wel.

    Image
    Image

    Freezing cold ginder, door de hoogte, het gebrek aan zon en een doorweekt motorpakje dat door de wind een gevoelsmatige temperatuur van min tien had of zo.

    In Isola 2000 dan in “Le Vieux Chalet” een chambre d’hôte genomen, één groot tweepersoonsbed voor twee venten. Moet kunnen. Als elk op zijn helft blijft. Onder de chambre d’hôte gaat nog een gezellige bar/resto schuil, met een verdomd knappe uitbaatster nog wel! Maar daarvoor waren we niet gekomen natuurlijk.

    Allez hop, dag 5 was eindelijk ten einde. Een verdomd druk maar zalig dagje ! En het werd nog beter…

    Blackbert vertelt:

    Dag 5 verloopt als volgt: Varaita – Maira. Maira – Stura. Simpel, 3 valeien, 3 rivieren, 2 pistes die ze met elkaar verbinden. Er zijn andere wegen natuurlijk, maar deze zijn de langste en de plezantste. En wij slapen daar vlak bij, in Valmala.

    Alles is weer droog. Inpakken, ontbijtje, de dagjesmensen eens bekijken, water tanken, espresso van de baas, gracie, wegwezen.

    Avondlucht:

    Image

    Ochtendlucht:

    Image

    Varaita-Maira, zo’n 30km lang, waar we ‘t begin van skippen (asfalt) en ‘t laatste ook wegens doodlopend. Gevarieerd terrein, stijgend van 1500 naar 2300m.

    Image

    Start voor ons, zeer logisch, Colletto di Valmala. Colle della Ciabra, Colle di Melle, Colle del Birrone. Dan naar +2000m, Colle Rastcias en Bassa d’Ajet. Iets verder de kruising met de Colle di Sampeyre.

    Image

    Onderweg valt mijn moto ne keer om. Streepje gas uit de haarspeld net te groot, voorwiel weg. pats. Leergeld.

    Terwijl we de moto checken en ik mezelf af stof horen we 2 enduro’s naar beneden komen. Zondagsritje.

    Ze waarschuwen ons voor ‘boe, boe’, verderop. Gracie.
    En ja hoor, gedekt door de nevel zijn ze in aantocht.

    Image

    Nu, een rund is niet echt intelligent. Dapper ook niet. Bovendien zijn ze hier bijna allemaal voorzien van een koebel. Die bij de minste beweging dus klingelt, dag en nacht. Je zou van minder dol worden. Ik zet mij tegen de helling, de motor gaat uit. Wachten.

    Image

    Daar stokt de optocht, mits enig botswerk van onoplettende exemplaren. Wat ze wél goed kunnen: allemaal samen op identieke wijze staan staren. Wel 5 minuten. Ik staar in m’n eentje terug. Eindelijk vindt de opperkoe dat ‘t welletjes is. Ze baant zich een weg uit het peloton, houdt nog even halt om mij van opzij te bekijken en sjokt verder. De rest volgt dan maar, wat nog eens 5 minuten kost voor pakweg 20 beesten. Geen herder, geen hond. Vaststelling: koeien die we net aan de andere kant van de schrikdraad voorbijrijden, trekken er zich niks van aan. Alpenvee, ‘t is altijd wat.

    De weg is weer vrij.

    Image
    Image
    Image

    Op een boogscheut van de kruising. Maar we gaan daar niet omlaag.

    Nee, we laveren tussen de vriendelijk-verbaasde wandelaars door en rijden nog wat verder op de kamroute. Want slimmeke hier heeft nog een mogelijkheid gevonden om in Elva te geraken. Niks asfalten Sampeire, gewoon de boerenwegel omlaag. De 2 no-go’s van een paar dagen terug indachtig ben ik wel een beetje onrustig.

    Daar beneden willen we uitkomen.

    Image

    ‘t Is duidelijk dat dit niet veel gebruikt wordt, maar ‘t stelt geen problemen.

    Image

    Paul in de kurkentrekker.

    Image

    Op ‘t einde van ‘t onverhard staat een pannekoek, Je mag hier niet omhoog. Kan ik inkomen, omhoog zou de piste in no time kapottrekken. In Elva nemen we de SP104. Ondanks een bordje dat waarschijnlijk wil zeggen dat je plaatselijk verkeer moet zijn. Omdat ‘t de moeite is.

    Vintage, ik kan ‘t niet anders omschrijven.

    Image

    Het wegdek, de tunneltjes, de gallerijen en de railing. alles stamt uit de tijd van de Fiat 124. Maar de vallei waar ze ‘t ingekerfd hebben …

    Image

    Kommetje pasta in Pontemarmora, om daarna de Maira-Stura aan te vatten.

    Image
    Image

    Oh shit 3. Ze slagen er zelfs niet in om 2 keer ‘t zelfde te zeggen, de kutitaliaantjes.

    Bon, now what? De andere col, Eschisie, is ook onderbroken. Die aankondiging hing tenminste beneden, aan ‘t begin van de weg.
    Kaarten. Beetje verderop misschien, wit met stippllijn – stippellijn – wit. Waarom niet, hier blijven zitten is ook dwaas. ‘t Begint goed maar eindigt aan een slagboom naast wat ruïnes. Verderop nog enkel een geitenpad.

    De laatste wandelaars komen de berg af. Te voet, tot aan die groooote auto waarmee ze zo ver mogelijk dat kleine baantje opreden. En toen was ‘t onze beurt om aan de Colle delle Preit en Esischie te beginnen. Veel te laat eigenlijk, want we gaan ons tentje daarboven niet opzetten (ha nee, damagnie). Maar de zinnen worden weer veel beter eens we eraan begonnen zijn. Lage zon, wolken, een groots leeg landschap, ik en mijn brommer.

    Image
    Image
    Image
    Image
    Image
    Image

    We halen ‘t net zonder nat te worden, ‘t begin van ‘t asfalt. Kletsnat tegen ‘t begin van de Lombarde, waar ‘t weer droog ligt. Na de derde mobilhome die we tegenkomen wéét ik ‘t gewoon, dat was de laatste, nu is die col van ons. Bleek nog te kloppen ook, de rit omhoog was dus redelijk plezant.

    Image

    Op de grens komen we overeen: camping of B&B, ‘t eerste wat we tegenkomen, daar slapen we.

    De klassiekers

    Muug vertelt:

    Dag 6

    Col d’Anelle
    col de la Moutière
    col du Parpaillon
    col de la Cloche
    col de Valbelle
    (col de Chérine)
    col de l’Echelle

    Bert had al gezegd dat we de LGKS (Ligurische Kam Strasse) niet gingen doen wegens te weinig tijd en wegens nog een resem cols die hij, ik of beiden nog niet gedaan hadden. Dus ging het van Isola 2000 (ijzig koud ‘s morgens) richting rest van de wereld.

    Eerste poging van de dag was een heel mooie erg Provencaals aandoende col. (Col d’Anelle) Helaas bleek deze col 100 hoogtemeters voor het einde plots te verdubbelen in steiltegraad, en het leek er sterk op dat hij heraangelegd was met een hele hoop behoorlijk grote steenslag.

    Achter Bert zie je het stuk piste waarvoor we bedankt hebben.

    Image

    (met excuses voor de eigenaardige tint van de foto, de camera was nog verkeerd ingesteld)

    Hier sta ik met twee wandelaars die passeerden achter de bocht te kijken hoe het zit met het vervolg van de piste. Zoals steeds geeft de foto geen goede weergave van de steilte van de piste, de losheid ervan, …

    Image

    Dus zijn we maar terug naar beneden gekeerd, richting Parc National du Mercantour. Daar hebben we dan een lekker hapje genuttigd, waar Bert zijn skills als broodonthoofder toonde.

    Image

    “Ginder boven is col de la Bonette, wij gaan daar off-road naar toe”, wijst Bert.

    Image

    Maar éérst de Col du Parpaillon.

    Naar de Parpaillon rijden betekent een lange vallei doorrijden, waarbij je langzaam maar gestaag stijgt. Het is een behoorlijk populaire col, maar gelukkig viel dat wel mee vandaag, enkele quads en enkele jeeps was al wat we tegenkwamen.

    Deze foto is een terugblik, we komen van ginder achter.

    Image
    Image

    Wel verd….. schapen in de weg !

    Image

    Alweer een prachtige lucht.

    Image

    De piste was hier en daar een beetje schuin, beetje koddig om over te rijden.

    Image

    En dan eindelijk een klassieke foto, de tunnelingang van de Parpaillon, een tunnelke van een eeuwtje oud.

    Image

    Hij lijkt oneindig lang, maar ‘t midden ligt een pak hoger voor een beter afwatering. Je kan dus onmogelijk zien of er al iemand in de tunnel zit, en veel plaats om elkaar te passeren is er niet!

    Grap van dit moment, ik weet dat we eerst de col d’Anelle gedaan hebben, en ik heb foto’s van de Parpaillon, maar geen enkele meer van de la Bonette!

    ‘s Avonds zijn we dan ons tent gaan opzetten op een camping in de buurt van Bardoneccia.

    BlackBert vertelt:

    Dag dinges, Anelle, Moutière, Parpaillon.

    Die Anelle was weer zo’n ‘vondst’, een minder voor de hand liggende aanloop naar de Moutière.
    Door de 3 uur die we gisteren ‘verloren’ eer we de MS over mochten rijden moeten we vandaag eerst nog wat asfalt afhaspelen.
    Ik had zo nog wat ‘vondsten’ voor na de Parpaillon, maar we hebben gisteren nog eens gerekend:
    Vanavond ergens rond Bardonecchia, morgenavond vlakbij Arêches, om overmorgen in de B&B te geraken vanwaar we weer naar huis rijden. Alles bij elkaar net te weinig tijd om te ‘exploreren’, om pistes op te rijden waarvan we niet echt weten of we er helemaal over geraken of geen idee hebben hoe lang dat zou duren.

    Moet er dus een ‘volgende keer’ komen? Waarbij het niet uitmaakt of we ergens 3 uur zwoegen op 5km, de nacht langs de piste doorbrengen of 50km terug- en omrijden omdat het niet kon? ‘t Is verleidellijk, maar omdat we geen renteniers zijn is de tijd beperkt, en er zijn nog zoveel andere stukken van de wereld waar we eens willen gaan kijken. Keuzes. Blij dat we het probleem hebben dat we kunnen kiezen.

    Anelle – Moutière. De eerste net buiten ‘t Parc National du Mercantour, de laatste de enige onverharde weg in het parc waar je mag rijden, zover ik weet. Samen het alternatief voor de Col de la Bonnette, de hoogste geasfalteerde weg in West Europa.

    Top van de Bonnette linksboven.

    Image
    Image

    Daarna 25km omlaag zoeven over perfect asfalt, op weg naar de Parpaillon, die bijna even hoog is trouwens.
    ‘t Begint idyllisch en lieflijk

    Image
    Image

    Dan begint het echt bergop te gaan

    Image
    Image
    Image

    Schapen. Net als koeien, niet de intelligentste beesten ter wereld. Weten blijkbaar niet dat ze op de weg moeten blijven. Stampen dus de helling af, waarbij er stenen omlaag donderen een flinke schapenbout groot.

    Op het lager gelegen stuk had ik al een kei als een tennisbal zien ‘oversteken’. Blij dat het niet die grote was die ze iets later loswerkten.

    Image

    Dat is wat je ziet als je aan de Parpaillon-tunnel staat:

    Image

    Omdraaien, zie je de Parpaillon-tunnel.

    Image

    Even wachten

    Image

    En aan de andere kant naar beneden

    Image
    Image

    De rest van de dag geen foto’s meer wegens alles mooi weggeborgen, regenpak aan en gaazzz om de bui voor te blijven. Daarom krijgt u geen beeld vanop de col de Valbelle, met een duistere dreigende zuidflank en een vrolijk zonnige noordkant. Of van de col de la Pousterle, omdat we daar niet geweest zijn. Ook van de groenigheid net voor de col de l’Echelle is niets bewaard. Op de camping met de blokhutcaravans worden we geflankeerd door Nederlanders. Links een lonesome cowboy die geen woord gezegd heeft, rechts 4 jeugdige backpackers, die om 7h30 al geruisloos ingepakt hadden en weer weg waren.

    Muug vertelt:

    Dag 7

    Pnte Someiller
    Mnt Jafferau

    Dit was ons beider hoogdag. Vandaag gaan we twee cols van megaformaat doen. Maar eerst toch efkes foto’s van de gekke “caravans” van die camping. Dit hadden we nog nooit gezien!

    De voorkant:

    Image

    De achterkant:

    Image

    De Sommeiller dus. 27 kilometer duurt het eer je boven bent. Een fascinerende afwisseling van lange snelle stroken en uiterst nauwe “hairpins” die jeeps in twee of drie keer moeten nemen. Maanlandschap ook, vanaf een bepaalde hoogte. Bovenaan zit je dan ook aan ruim 2900 meter ! Het was er frisjes, koud zelfs, en tijdens het verorberen van een stukje sossis begon het wat te sneeuwen ! Cool.

    De foto’s:

    Image
    Image

    Het lag er niet altijd even goed bij:

    Image
    Image
    Image
    Image

    De top voor voertuigen:

    Image

    Blackbert vertelt:

    In 2010 was de lucht richting Sommeiller zo zwart dat Trooper en ik redelijk snel besloten er niet aan te beginnen. Nu was ‘t weer helder blauw met wat wolkjes. Inpakken en wegwezen dus, naar de andere kant van Bardonecchia. Sommeiller op en neer (54km), aansluitend over Mont Jafferau en Pramand, door de tunnel omlaag en ergens richting Mont Cenis een camping zoeken. Strak plan.

    Sommeiller is bangelijk. 30 km uit het centrum van Bardonecchia sta je in the middle of nowhere. Of erbovenop eigenlijk. 2992m, het gemotoriseerd hoogst bereikbare punt in de Alpen. Diene Jackson met zijn Hobbits had helemaal niet naar Nieuw Zeeland gemoeten. Bos wordt groene vallei wordt steen en sneeuw. Adembenemend, zelfs voor afgetrainde atleten zoals wij.

    Image
    Image
    Image

    Wie het hoogst bereikbare zuivere water wil bereiken moet wel iets trotseren:

    Image

    Even voorbij de Refugio Scarfiotti begint het echte werk

    Image
    ‘t Is ergens tussen 11 en 12 uur. Ofwel zijn ze in colonne omhoog gereden vanmorgen vroeg, ofwel heeft het goed volgestaan daarboven, vannacht. Er komen zeker 20 4×4 toestellen omlaag, die we rustig doorlaten, ze hebben er hun handen aan vol.

    Image
    Eens de laatste de bocht doorgeworsteld is, hebben we vrij spel.

    Image

    Image
    Even verder is ook het laatste groen verdwenen en komen er sneeuwplakken in de plaats.

    Image
    Dat zig-zagstreepje? Da’s de weg. Ik voel mij precies krimpen.

    Image

    Image
    Zou je daar aan wennen? ‘t zou wel kunnen. Op weg omlaag komen we 2 motoren tegen, die nog geen uur later weer in Bardonecchia verschijnen.

    Image
    Bijna boven

    Image

    Et voilà.

    Image

    Het Water

    Image
    Image
    Image

    Stilte. En neerslag. Kleine witte bolletjes.

    Image

    Terug naar beneden dan maar.
    Iets met -stan in de naam, is dit daar een voorsmaakje van?

    Muug vertelt:

    Met pijn in ons verliefde hart scheurden we ons los van de verleidingen van de Sommelier. Wat hielp was onze leger wordende maag, het feit dat de terugrit over dezelfde piste gaat, en dat we na ‘t eten aan Mont Jafferau mogen beginnen!

    De Jafferau is een bergtop, maar die is ook bekend van zijn forten. Je vindt hier meerdere ruïnes van militaire forten, van in de tijd dat FR en IT nogal veel boel hadden. Da’s al behoorlijk lang geleden trouwens. Het Fort van Mont Jafferau is “by far” het meest indrukwekkende dat ik al van boven op een berg gezien heb. Het was letterlijk “in” de bergtop ingebouwd. Onmogelijk te achterhalen hoeveel verdiepen in de berg zaten, maar aan ingestorte gewelven te zien waren het er minstens drie ! En bovenop het fort waren meerdere kanons geplaatst, om de valleien er mee te bestrijken. Allez, te bombarderen eigenlijk.

    We hadden eigenlijk wel geluk met het weer. OK, er waren een pak wolken die ons het zicht op de wereld rondom ons benamen, maar de wolken bleven heel mooi aan één kant van de berg. ‘s Avonds hoorden we op de camping dat het in de vallei de hele dag slecht weer was geweest.

    Het begin van de klim is het moeilijkst, omdat er x aantal zeer scherpe en zeer steile haarspeldbochten doorheen het bergbos klieven. Geen plek om te stoppen, af te stappen en foto’s te nemen ! Terwijl wij zo stoer bezig waren, knalde een 1190 Adventure op baanbandjes ons in volle snelheid voorbij. Duidelijk een local die zijn weg wist. Amai die gast had zijn moto onder controle….

    Image
    Image

    Dit was zo’n ingegraven gang, met zijkamertjes, tig meter onder het fort:

    Image
    Image

    Daarboven is het fort. Meer kan je er niet van zien. Kikvorsperspectief weet je wel.

    Image

    Je kan er naar toe rijden, of wandelen. En als je gek genoeg bent is er tussen de muren ook wel plaats om je tentje op te zetten. Maar daar was het weer te slecht voor. Het was enorm moeilijk om de grootheid van het fort te vatten in een foto. Ik heb net even gekeken op de satellietbeelden van Google Maps en Viamichelin.be en je ziet het fort nauwelijks.

    Hier zie je mooi hoe de wolken letterlijk aan één kant van de berg blijven. Wij kwamen van ginder achter.

    Image

    Hier zie je een kanonschietplatform, met een gradenboog, om het kanon te kunnen richten.

    Image

    Deze foto, waar Bert van een hoger naar een lager deel van het for klautert, toont nog het beste de grootte van het fort aan. Ik stond zelf nog steeds minstens drie etages boven de laagste zichtbare etage.

    Image

    Was het weer beter geweest, dan hadden we er vast en zeker langer gebleven en meer foto’s getrokken.

    Blackbert vertelt:

    Na te zijn afgedaald van de Sommelier krijgen we een hongertje. De eerste herberg met een terras krijgt ons, en da’s geen verkeerde keuze. Jammie. Vervolgens terug de berg op, met de bedoeling ergens tussen Susa en Lanslebourg te eindigen vanavond.

    Beetje nerveus, als de gps-track ineens sterk afwijkt van de echte, die er toch duidelijk ligt. Toch weer niet hé? Voeg daar nog wat regen bij en mijn barometer zakt. Sorry Paul. Even de hersens resetten en gewoon volgen wat er ligt. En waar aan gewerkt wordt. Er staan trouwens bordjes ook. Mutte.

    Image

    Verder heb ik nog een probleempje of 2, waar niks meer aan te doen valt.
    1. op de verkeerde plaats geboren en opgegroeid
    2. 15 jaar te laat met motorrijden begonnen
    Dat gevoel krijg ik toch als ik voorbijgeknald wordt door een stock 1190 adventure op Trailattack banden. Ik hou ‘t er maar bij dat hij geen bagage meezeult.

    De regen is net gestopt als we de hoek omdraaien en dit zien.

    Image
    Image
    Image

    Daar beneden is de piste waarlangs we straks omlaag willen, met de befaamde tunnel-met-een-bocht (en een doodlopende aftakking).

    Maar eerst verder omhoog.

    Image

    Napoleon (I, II, III), Garibaldi, de Paus, Oostenrijk, Pruisen, zelfs Rusland, ze spelen allemaal politieke spelletjes om hun macht en/of grondgebied te behouden of liefst uit te breiden. Italië als staat bestaat nog niet, eigenlijk, maar de delen ervan zijn het wisselgeld in die spelletjes. Eind 19de eeuw (verdrag van Turijn, 1860) begint het allemaal wat in de plooi te vallen. Savoye en Nice worden Frans en er wordt een reeks forten in de Alpen gebouwd in een poging het allemaal wat te bestendigen.

    Image

    ‘t Is precies nog niet helemaal in kannen en kruiken tussen al die spelers, getuige WO I.

    Image

    Ook nu nog zijn er groepen in Savoye en Nice die zich beroepen op de verdragen bij ‘t einde van WO II om te stellen dat die gebieden niet aan Frankrijk toebehoren. Juridisch hebben ze blijkbaar zelfs gelijk, of ze dat ooit ook zullen halen is een andere kwestie.

    Image

    Maakt het wat uit trouwens? We hebben nu toch allemaal Europa om ons te treiteren? Intussen: smell the flowers.

    Image

    Wij zijn ‘t eens: ideale plek om eens te camperen, ver van alles en iedereen. Bordje pasta, fleske Chianti en uw lief.

    Vervolgens: ‘t strafste wat we die week gedaan hebben, en we kunnen ‘t niet bewijzen;

    De piste draait rond het fort, waar een andere piste ligt: één om te skiën. Ja, er is een ‘weg’ omlaag, vooruit dus maar: uitgewassen, losse stenen, 30% helling en haarspeldjes. Fun, concentratie, controle.
    Zonder incidenten komen we beneden. Waar we een babbel doen met het koppel in de gestrande Landcruiser. We horen onder andere dat die tunnel echt wel dicht is wegens een beetje ingezakt.
    Nog een stukje piste, en dan van Bardonecchia richting Susa, tot Salbertrand: camping Gran Bosco. Hartelijke ontvangst, mooi plaatsje onder de bomen, eersteklas sanitair, lekker eten. Ook: een nest Nederlanders met XTZ 750’s, een Brits gezin van 5 in een Defender 110, met gigantische tipi. Een HJ47 in campertrim, … soit, veel om bij te dromen.

    Vandaag slechts 100km op teller, maar ‘t waren veruit de beste van die hele week.

    ‘s Ochtends weer richting Frankrijk. Gedaan met spelen, we moeten weer naar huis toe.
    Wat niet wil zeggen dat ‘t niet plezant meer kan zijn, er staan nog wat ‘new to us’ baantjes op de lijst, en enkele (oude) bekenden.

    Muug vertelt:

    Na bezichtiging van het fort volgden we dan per moto het pad verder, met natuurlijk het idee om weer af te dalen. Dra kwamen we aan de bovenste lijn van een kabellift aan, en vandaar dook er een vervaarlijk pad behoorlijk “loodrecht” – met de nodige dubbelsteile haarspeldknikken – naar beneden. Hier was het een kwestie van recht op de pedalen staan, kont tegen of vlak boven de duozitplaats, armen quasi gestrekt en spieden naar het juiste spoor. Tegelijk afremmen in eerste op de moto en meestal ook zelfs nog bijremmen met de remmen omdat het anders te snel ging! Af en toe was het zelfs zo steil dat je de moto gewoon maar beter liet roetsjen (nog steeds motorremmend) omdat je zag dat hij 20m verder wat uitloop had…

    En beneden kwamen we deze Landcruiser tegen : hij had zijn achterste remmen verbrand tijdens de afdaling….

    Dag 8

    col du Mnt Cénis
    col de l’Iseran
    cormet d’Arêches

    Na een laatste afscheid van de bestuurders van de Landcruiser zijn we doorgereden naar de camping Gran Bosco. Redelijk bekend bij off-roaders omwille van de grote speeltuin errond. Blijkt die echter langs een nationale te liggen én naast een autostrade én naast een spoorweg die ‘s nachts overwegend door vrachtverkeer wordt gebruikt. Het aanhoudende gezoem en gedender was grappig genoeg net genoeg monotoon om te helpen in slaap te vallen. ‘s nachts was er helaas zoveel licht dat je niet eens onopvallend kon piesen naast je tent.

    Soit, goed geslapen, hard bekeken geweest met onze twee stoffige KTM’s en voort maar weer. Routine zat er goed in: om 8u opstaan en rond 10u vertrokken we dan. Als de wekker stond tenminste. Niet vandaag dus. Pas om 8.45u wakker geschoten. Wekker vergeten. Dus pas tegen 10.45u van ons erf geraakt.

    Col du Mnt Cénis is ene om in te kaderen. Gesteld dat het kader groot genoeg is om de stenen erin te krijgen. Amai ni, daar zijn we ferm door elkaar gerammeld geweest ! Godzijdank had ik de demping net weer twee klikjes zachter dan comfort gezet, anders waren m’n vulling eruit gerammeld. Het was echt moeilijk spoor kiezen, en geregeld liep het minst erge stuk vlak naast de toch wel diepe afgrond. Nu ja, je hebt op dat moment sowieso zo’n hyperfocus dat je enkel dat spoortje van 10cm ziet. Dat 100m diepe gat ernaast registreer je eigenlijk niet… tot je er voorbij bent.

    Sorry voor de vele foto’s van deze col en zijn meer.

    Bosje komt zo…

    Image
    Image

    Hoogtevrees? Eerder duizelig van de speldbochtjes ja !

    Image

    Ruig

    Image

    Tot hier dus was er altijd wel een “spoortje” geweest waar het net iets minder denderde, maar bij deze passage was één blik genoeg: het maakte niet uit waar je reed… dus gewoon blik vooruit en gas geven met dat beestje. Centrifugaalkrachten, gyroscopische krachten en voorwaarts momentum zorgden voor de goede afloop.

    Ruiger.

    Image

    Ruigst

    Image

    en dan weer superlief !

    Image

    Toen we een Kia geparkeerd zagen wist ik het wel: het ruigste was achter de rug.

    Image

    We arriveren aan het meer:

    Image
    Image

    En we laten het achter ons:

    Cormet d’Areche was een rustig ritje, ook een beetje Hobbit-bergen, daar heb ik wel wat foto’s van maar geen enkele is echt de moeite. En ‘s avonds natuurlijk weer op een camping. En eens op een deftig uur.

    Beetje gespeeld met het fototoestel.

    Image

    Bert betrapt op een vreemd moment.

    Image

    Weirdo selfie

    Image

    mjamie

    Image

    ook mjamie

    Blackbert vertelt:

    Nieuw: Mont Cenis, de road less travelled. Redelijk hobbelig, redelijk uitdagend, redelijk steil ook, hier en daar. Ik vermoed dat die stenen op hun kant gezet werden om een beetje extra grip te geven eens ‘t winterachtig wordt.

    Image
    De boordsteen van 25cm breed aan de valleikant is vaak de beste optie. Maar met 1 oog op de afgrond wordt soms toch beter voor de rasp meer in ‘t midden gekozen.

    Image
    Hier was ‘t lastigste achter de rug.

    Image

    Image
    Nu is ‘t gewoon verder cruisen en het landschap innemen.

    Image
    Image

    Image
    Boven op de Col du Mont Cénis staat een relais. Lekkere slaatjes, vriendelijke madam, zonneterras en wolkenfabriekjes boven de bergen.

    Beetje extra lucht in m’n bandjes ook, de 2 steenpistes die nog op ‘t programma staan moeten zo ook wel kunnen. de rest is asfalt, en ik zou graag thuisgeraken met nog een beetje profiel op de achterband.

    Oude bekende: Col de l’Iseran

    Image
    Ik was alleen vergeten hoe schitterend mooi de zuidelijke vallei is.

    Image

    Image

    Image
    Bijna boven merk ik dat schakelen steeds lastiger wordt, dus op de top effe controleren. Hmm, er zou iets meer vloeistof mogen inzitten. Wijwater uit ‘t kapelletje? Nee, olijfolie? Die mensen in de shop/resto gebruiken dat niet. One gear no brakes omlaag, en in Val d’Isère op zoek. MTBwinkel stuurt ons naar een garage, en die meneer schenkt mij een neut groene olie. Perfect.

    Volgt nog een jonge bekende: Cormet d’Arêches, die we een week terug omgekeerd reden. Net voor Arêches: de rustigste camping van de week. Zelf potje koken en dan sterren kijken.

    Image

    Terug naar onze stal.

    Muug vertelt:

    Dag 9

    col de la Forclaz
    col de l’Arpettaz
    la Croix de Fer
    col des Aravis
    col des Glières
    col du Collet
    col du Mnt Sion
    Col de la Faucille

    Allez hop, na een frisse nacht in een lekker warme slaapzak stonden we lekker uitgerust op. En alles was zeiknat. Afin, aan de buitenkant van de tent toch. Ze hadden daar in die vallei lichtjes last van dauw. Gelukkig was het de laatste keer dat die tent ingepakt en gebruikt moest worden. Vanavond was ons logement “La Grenotte”, we moesten er op tijd zijn voor ons avondmaal, dus veel offroadfantasiën waren er niet mogelijk. De rit noordwaarts ging bijgevolg ook grotendeels langs dezelfde weg als hetgeen we op dag 2 hadden gedaan.

    Col du Pré was een hele venijnige col (voor de fietsers toch), vanuit Arêche naar boven, behoorlijk steil en kronkelig. De foto vind ik tof, maar is geheel “per ongeluk” zo geworden. Enerzijds stond mijn camera nog op “night vision” (zie de vorige grofkorrelige foto’s) en anderzijds was er nog condens op mijn lens. De combinatie levert wel een prachtige nostalgische foto op:

    Image

    Volgende foto is aan de Barrage de Roselend genomen. Het licht was héél speciaal, en het was verdomd moeilijk om een goeie foto te nemen. Bert heeft ook nog een hele mooie die ik nageäapt heb, maar ik laat de eer aan hem.

    Image

    Dinner was served richting Col de L’Arpettaz, een héél tof wegje er naar toe dat kronkelde gelijk een paling in een lavabo.

    A meal with a view. (ene keer raden vanwaar de wind komt…)

    Image

    Zoals u kan zien aan het gedrag van mijn disgenoot was het eten vurrukkulluk. Het waren drie stukken kersverse kisch van bij de bakker.

    Image

    Richting col de L’Arpettaz hebben we geprobeerd om aktiefoto’s in haarspeldbochten van elkaar te maken, maar dat was verdomd moeilijk !

    Ofwel was het te donker (in het bos) ofwel was de achtergrond te licht en de rijder dus te donker, ofwel kwam hij te rap aanrijden en was onze camera nog niet in de aanslag :]] Respect voor de boekskesmakers !

    Image
    Image

    Wat verder kwamen we Metal Molly tegen. En ik maar denken dat dat een rockgroep was !

    Image

    Een eind verder passeerden we deze rots. Het onderschrift bij het merkwaardige portret was “Les chasseurs du Mt Charvin“. En mocht die site ooit verdwijnen, dan hier de essentie:

    Médaillon en hommage à André Pringolliet qui fut maire d’Ugine et député.
    Ce médaillon est scellé dans la Pierre, dite à Catin, en bordure de la route des montagnes
    d’Ugine au col de l’Arpettaz, construite sous les mandats de ce maire.

    Image

    Merde toch, weeral die sikkebaard in de weg ! (was dat richting Col du Aravis????)

    Image

    Nog wat moois langs deze mooie piste :

    Image
    Image

    (als ik me niet vergis zijn dit beide HDR-foto’s, om zowel de aarde als de lucht mooi belicht te krijgen)

    De laatste 500m van deze piste waren er behoorlijk veel wandelaars. De meesten keken behoorlijk “gestoord” toen we langskwamen. Een groot verschil met Engeland en Wales waar ze je bewonderend bekijken en het leuk vinden dat je gewoon op “ralenti” voorbij rolt. Uiteindelijk hebben we dat stuk dan gewoon de motoren stilgelegd en naar beneden gebold. Met als grappig resultaat dat ze nu soms een halve meter opsprongen toen we plots achter hen opdoken met onze rammelbak.

    Mottige toeristenval trouwens, die col Du Aravis, waar honderden onnozelaars zich lopen af te vragen of ze nu een koeievacht of een schapevacht gaan kopen.

    En dan, na x aantal kilometers, arriveerden we aan een vallei met zicht op La Suisse. Als ons zicht tenminste niet belemmerd was door een gigantische smogwolk. En zeggen dat we 9 dagen eerder vanaf de overkant een sublieme foto van de Witte Berg gemaakt hadden ! 8-| Toen we daar zo mentaal afscheid stonden te nemen van een toch wel zalige vakantie merkten we een kapelletje op, gericht aan “Ons Madam van de Reizigers”. Die had ons toch mooi pijnloos en probleemloos door de Alpen geloodst, dus die kreeg ook een kiekje voor de neus.

    Image

    Onze beestjes in het gras aan La Grenotte:

    Image

    En met deze foto van de ondergaande zon, getrokken in de “tuin” van La Grenotte, zijn we aan het eind van dit lange fotoverhaal gekomen. (jongens, wat gaat dat geven als ik ooit eens voor langere tijd op reis ga!))

    Image

    Blackbert vertelt:

    ‘s Morgens fris weer op, neuriënd inpakken, nat of niet.

    Intussen koffie met verse koeken, en ‘t zonneke dat stilaan heel de helling aan de overkant opwarmt.

    Col du Pré, fun fun, mooi om ‘t moteurke en de bandjes op te warmen. De fietsers gaan ook opgewarmd zijn heb ik zo de indruk. ‘t is een ommetje naar Lac de Roselend, maar wel de moeite waard.
    Image

    Image
    Op weg naar de laatste echte piste nog even de Forclaz meenemen.

    Image
    Die laatste piste ligt ginds, rechter been van de V:

    Image
    Col de l’Arpetaz. Bij ‘t binnenrijden van Ugine de bordjes negeren, da’s de weg voor Goldwings en SUV’s. verderop ligt de betere optie, de smalle Route des Montagnes, via Mont Dessous en Mont Dessus, door het Forêt de l’Arly.

    Image

    Image
    Een eind voorbij Molly de koe en dat rare medaillon kom je boven en kan je kiezen: rechtsaf, tegen de Goldwings en SUV’s in, of rechtdoor, de piste op naar de col des Aravis.

    ‘t Is easy riding, en wonderschoon alweer.

    Image

    Image

    Image
    Image

    Image

    Image

    Aravis, Glières, de boog onder Genêve door, ‘t moest een beetje vooruitgaan. Een local in een Alfa opjagen op de Faucille was nog plezant ook. Waardoor we mooi op tijd in Prémanon arriveerden, Gite la Grenotte, die ik ook zou durven aanraden.

    Vandaar was ‘t recht naar huis, moe maar tevreden. Merci Paul.

    Muug vertelt:

    Dank om het te lezen, dank voor de commentaren. Dank aan Blackbert voor de voorbereidingen, de kisches, de plaspauzes, de verbale en nonverbale communicaties, voor het vertrouwen in de mens en de machine. Dank aan de mensen die een Nikon D5100, een 18-200 VR en een polarisatiefilter hebben uitgevonden. Dank voor het thuisfront ook, om thuis te blijven en om mij te laten vertrekken.

    Ciao, la vita e bella!

    Latest articles

    2 Comments

    1. Dag Paul
      geen enkele dtfout gevonden jong! Wel veel mooie foto’s die me terugvoerden naar de tijd dat ik zelf in die regio’s te voet die cols beklom en onder de indruk kwam van de prachtige landschappen.
      Mooi om te lezen hoe een mens kan genieten van iets dat hij graag doet en goed kan en het dan ook nog mooi kan vertellen.
      Meer moet dat niet zijn om een uurke te genieten.
      Dank u
      Pa

    Leave a reply

    Please enter your comment!
    Please enter your name here